De slag om Private Kwaliteitsborging

Het woord ‘kwartiermaker’ is van oorsprong een militaire term. Kwartiermakers treffen voorbereidingen voor het verblijf van militairen in met name oorlogsgebieden, ter voorbereiding op oorlogsvoering. Tegenwoordig wordt de term ook vaker in overdrachtelijke zin gebruikt als iemand wordt belast met de voorbereiding, het organiseren van iets geheel nieuws vanuit een taak als voorloper, wegbereider.

De kwartiermakers private kwaliteitsborging hebben als taak het voorbereiden van de transitie om het gemeentelijke toezicht op het bouwen conform de wet naar privaat te brengen.

 

Waarom zijn we hier ook al weer mee bezig?

De inspanningen van de overheid om het gemeentelijk toezicht te privatiseren zijn nu al meer dan tien jaar gaande.

Met het verstrijken van de tijd heeft menigeen uit het oog verloren waarom de overheid hier überhaupt mee bezig is. Het is goed dat weer even helder voor ogen te hebben. Het toezicht vanuit de gemeenten was en is beperkt: het is niet volledig, veel werken worden niet gecontroleerd, er is geen eenduidige aanpak, er is onvoldoende garantie dat werken correct en objectief worden gecontroleerd. Er is niet gekozen voor het verbeteren en het goed organiseren van gemeentelijk toezicht. Er is gekozen voor het opstellen van regels om het de markt op te laten lossen. Een tweede motief is kosten. Een gemeentelijk apparaat is duur. Door het toezicht voor een groot deel bij de gemeenten weg te halen wordt er bezuinigd. Hieruit spreekt de verwachting dat de markt het efficiënter moet kunnen regelen. Of dit ook zo gaat werken weet nog niemand.

Het heeft niet veel zin terug te kijken en je af te vragen hoe het toch mogelijk is dat gemeenten niet in staat zijn het toezicht in kwaliteit en kosten op orde te brengen. Het feit is daar, we staan aan de vooravond van de stelselwijziging.

 

Het MOET

We hebben nu te maken met de natuurlijke weerstand bij verandering. Bij nagenoeg iedere verandering gaan eerst maar eens de hakken in het zand. Waar we ook mee te maken hebben is het feit dat nagenoeg niemand, anders dan de overheid zelf, hier op zit te wachten. Laten we het maar gewoon uitspreken: “In beginsel is het controleren of aan de wet wordt voldaan een overheidstaak.” Toch? Daar kun je het lang en breed over hebben maar niemand staat te juichen van “YES, eindelijk krijgen we nu het stelsel waar we al die jaren al op hebben gewacht … en YES dit gaat ons heel veel goeds brengen, eindelijk worden werken nu goed gecontroleerd op het voldoen aan de wet. Mooi man.” Nee dus … daar zit nagenoeg niemand op te wachten.

 

Pilots

Kijken we naar het aantal en type pilotprojecten private kwaliteitsborging, pilots die zijn uitgevoerd of nu lopen, dan heb je het over een handjevol testprojecten. Deze pilots zijn van belang voor de te volgen marsroute, de regels die gaan gelden. In de categorie lichte werken, goed voor 80% van alle vergunningen, is nog geen enkele pilot afgerond. Het is blijkbaar nagenoeg onmogelijk partijen te bewegen om toch maar pilots uit te gaan voeren. Ondertussen dendert de trein door. De beperkte pilots, en daarmee beperkte informatie over hoe marktpartijen dit straks kunnen oppakken, is geen reden om maar eens even goed na te denken, nee, de regels private kwaliteitsborging zijn in de afrondende fase en het wetsvoorstel moet op korte termijn naar de kamer.

Er wordt door de kwartiermakers druk gewerkt aan strenge eisen die de garantie moeten gaan bieden dat marktpartijen het private toezicht goed gaan organiseren. Dus … maar even afwachten hoe dat uitpakt? Of … misschien is het toch handig even te kijken wat we straks krijgen waar we niet om hebben gevraagd.

 

Ruimte voor vrije invulling

Om verschillende systemen gericht op private kwaliteitsborging ruimte te bieden worden de regels zo opgezet dat er de mogelijkheid is voor een deel eigen benadering per systeem. Dit heeft als consequentie dat er geen eenduidige benoemde set van controleaspecten is per type werk en gebruiksfunctie. Dat wordt voor een deel overgelaten aan wat heet ‘het instrument’. In Jip en Janneke “Wat er precies moet worden gecontroleerd en hoe je dat per type werk doet is niet benoemd, dat mag per instrument worden bepaald.” Nu denkt u misschien “Wat maakt dat uit?” Dan bent u precies bij de crux van kwaliteitsborging: het voldoen aan eisen die je vooraf stelt. Wil je hier aan kunnen voldoen dan moet je op voorhand helder hebben wat je controleert en wat de eisen hiervoor zijn. Dit begint bij het zo volledig mogelijk benoemen van de controleaspecten. Gebaseerd op het Bouwbesluit volgt dit uit het type bouwwerk en de gebruiksfunctie. Bestaat een bouwwerk uit meerdere typen en gebruiksfuncties dan moeten al deze aspecten, in combinatie met elkaar, in de controleaspecten zijn opgenomen. Dat klinkt vrij technisch maar het is in de kern heel simpel. Het is zoals bij de APK van een auto. Bij een APK-keuring moet aan een aantal objectieve maar wel specifieke punten worden voldaan: transparant, reproduceerbaar en controleerbaar. Voor de APK zijn het punten die bij iedere auto voorkomen. Bij een bouwwerk zijn de punten afhankelijk van het type werk en gebruiksfunctie. Als dat niet eenduidig is geregeld dan is ieder systeem van kwaliteitsborging voor een belangrijk deel subjectief en een vrije invulling. Vinden we dat wel prima zo … helemaal goed, wie ben ik dan om er wat van te vinden. Dan moeten we ook niet zeuren als er straks discussies zijn over waarom iets wel of niet is bekeken en de consequenties hiervan.

 

Hoe regel je dit wel eenduidig?

In mijn ogen met onderstaande eis:

De voorschriften die vanuit het Bouwbesluit gelden zijn, gebaseerd op het (de) type(n) bouwactiviteit(en), gebruiksfunctie(s) en risico(’s), binnen het instrument, specifiek omschreven in de vorm van controleaspecten met bijbehorende eisen. Hiermee is op voorhand duidelijk waar aan moet worden voldaan. (Toelichting: hiermee wordt de inhoudelijke kwaliteit bepaald: volledigheid, objectiviteit meetbare kwaliteit van de werkwijze private kwaliteitsborging.)

Of we een dergelijke eis straks in de regels voor private kwaliteitsborging zullen zien betwijfel ik.

 

Bijna perfecte wereld

Ik neem u graag mee naar de bijna perfecte wereld van private kwaliteitsborging.

Als we even aannemen dat de geschetste eis, het volledig benoemen van controleaspecten met bijbehorende eisen per type werk en gebruiksfunctie, de juiste benadering is, dan zou het natuurlijk geweldig zijn als dit ook zo door de markt wordt omarmd en die markt hier ook aan meewerkt. Dat kan als belangenorganisaties / koepels maar ook kwaliteitsborgers en de overheid het hierover eens worden. Als die partijen zich verbinden aan een gezamenlijk doel: het gezamenlijk omschrijven van de controleaspecten per type werk en gebruiksfunctie, dat dan ook SMART doen, dus afspraken maken over resultaten en tijd. Dat kan door klein te beginnen en dan aan de gang te gaan voor het complexere werk. Het kan!

Vertegenwoordigers van stakeholders sturen hun scouts op pad. We hebben het dan niet langer over voorbereidingen van gevechtshandelingen maar een vredesmissie.

Op deze wijze halen we private kwaliteitsborging uit de sfeer van ‘het gaat gewoon gebeuren en het moet’, het wordt dan een commitment om gezamenlijk te werken aan het succes.

Jeetje … wat zou dat mooi zijn!