CE-markering en kwaliteitsborging

Op 1 juni is op de site van het Instituut voor Bouwkwaliteit in een bijdrage van dr. ir. C.C.A.M. van den Thillart aangegeven wat de rol van CE bij kwaliteitsborging kan zijn. Zijn conclusie: Die rol is beperkt.

Ik kan dit onderschrijven. Onderstaand een nadere bespiegeling.

Het is goed helder te zijn over de plaats van CE binnen kwaliteitsborging.

CE is geen instrument voor kwaliteitsborging maar kan wel informatie bieden voor juiste toepassing van producten. Daarnaast heeft CE uiteraard waarde gebaseerd op de eisen die hiervoor op Europees niveau zijn gesteld. Hiermee zijn bepaalde kwaliteiten / eigenschappen op ‘componentenniveau’ per product benoemd / gedefinieerd, producten die op enig moment in een eindproduct, een bouwwerk als geheel, worden toegepast.

In een ontwerp komen veel componenten, waaronder producten met CE-markering, samen. Niet ieder product heeft een CE-markering. Of een bouwwerk in ontwerp en uitvoering aan de bouwvoorschriften voldoet volgt niet uit CE-markeringen en wordt niet geborgd met dergelijke markeringen. De verkeerde producten (met CE-markering), producten die niet geschikt zijn voor de specifieke toepassing, of de incorrecte verwerking van producten kunnen immers tot een waardeoordeel ‘niet akkoord’ leiden. Andersom zijn de juiste producten (met CE-markering), producten die in beginsel geschikt zijn voor de specifieke toepassing, niet automatisch ‘akkoord’.

CE-markering is een gegeven. De producten waar die markeringen voor gelden zijn benoemd en er zijn instanties die hier op controleren en handhaven. Dit is geen taak voor het toezicht op bouwwerken. De aandacht richt zich dan ook op de toepassing, het juiste product op de juist wijze verwerken, afzonderlijk en in combinatie met elkaar om aan de bouwvoorschriften te voldoen.

Hiermee is het onzinnig als een kwaliteitsborger van een bouwwerk ook nog eens gaat controleren op CE-markeringen van producten. Hij controleert of ontwerp en uitvoering voldoen aan de bouwvoorschriften en het werk conform vergunning is gerealiseerd. Die focus is van belang want daar gaat het om bij private kwaliteitsborging.

De prestatieverklaring behorend bij een product met CE-markering kan relevant zijn voor de controle op de toepassing: is dit product inderdaad geschikt voor deze toepassing? In die verklaring zijn de prestaties van de essentiële kenmerken (eigenschappen) van het bouwproduct omschreven. Deze kenmerken zijn op hun beurt weer gebaseerd op de eisen van de EU-lidstaten voor zaken zoals constructieve veiligheid, brandveiligheid, gezondheid, hygiëne, geluidshinder, energiezuinigheid en duurzaam materiaalgebruik. Die verklaring is echter niet zaligmakend en dekkend voor iedere situatie.

Veel zaken die indirect een relatie met kwaliteit hebben zijn reeds op de een of andere manier georganiseerd. Die zaken zijn zijdelings relevant. CE gerelateerde informatie is in dit kader een van de bronnen die je kunt raadplegen.

Voorbeeld bouwpraktijk
Op een project is een ‘verkeerde’ kit toegepast. Verkeerd wil in dit verband zeggen: niet geschikt voor de toepassing. Zo gaat dat … iemand is aan het kitten, de patroon is leeg en hij pakt vervolgens wat voorhanden is maar in dit geval niet het juiste. Het kitwerk ziet er prima uit maar het is wel (in dit geval) de verkeerde kit en daarmee afkeur.
Dit voorbeeld dient ter illustratie dat er in beginsel geen verkeerde kit is. De toepassing in relatie tot de situatiespecifieke eisen bepalen of het werk voldoet.

Aanvullend
Het is goed het blogbericht van J.M (Jaco) Ruijs over CE (bericht van 15-04-2015) aandachtig te bekijken. Ruijs motiveert dat het niet zomaar mogelijk is op basis van de CE- markering te bepalen of een product daadwerkelijk toegepast mag worden in een Nederlands bouwwerk overeenkomstig de bouwvoorschriften.

Om er nog een schepje boven op te doen … Thomas van Belzen van Cobouw is wat speurwerk aan het doen over de ervaringen met CE. De reacties uit het veld roepen de nodige vragen op.

Conclusie
Als het om kwaliteitsborging gaat is de heersende mening nog steeds dat als er maar een keurmerk op zit of iets van certificering dan moet het goed zijn. Dit is te kort door de bocht en kan worden toegevoegd aan het rijtje van overige fabels binnen de kwaliteitsborging. Ik zet hem voorlopig even op positie 3.

Met stip op 1 staat voor mij de ‘mening’ dat je met bestaande instrumenten kwaliteitsborging kunt controleren of een bouwwerk aan de bouwvoorschriften voldoet (Er is geen bestaand instrument voor dit doel gemaakt! De situatiespecifieke controleaspecten en eisen, voor het doel ‘voldoen aan het Bouwbesluit’ ontbreken.).

Een eervolle 2e plek is er voor de verwezen NEN-normen gebaseerd op de ‘mening’ dat je ook zonder NEN-normen aan het Bouwbesluit kunt voldoen. (Onmogelijk: je kunt zonder NEN-norm, waar je voor moet betalen, niet eens je bvo berekenen.).

Verwar de waarheid niet met de mening van de meerderheid!