Aansprakelijkheid Private Kwaliteitsborging (2)

Ottilie Laan van Blumstone Advocaten beschrijft in Vastgoedrecht de privaatrechtelijke aansprakelijkheid van de kwaliteitsborger, instrumentbeheerder en toelatingsorganisatie. Het is goed dat er meer bewustwording komt over werking van het beoogde nieuwe stelsel.

Ik behandel dit vraagstuk, als een soort bespiegeling op de bijdrage van Ottilie, maar dan meer vanuit de bouwpraktijk.

De Wet kwaliteitsborging (Wkb) gaat primair over het voldoen aan de wet, de bouwvoorschriften. Er zijn relatief weinig aansprakelijkheidszaken op dit specifieke punt. Als het zich toch voordoet is het vaak complex.

Iedereen dient zich aan de wet te houden. Hieruit volgt verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van partijen direct betrokken bij de realisatie van een bouwwerk. Aansprakelijkheid kan worden beperkt, uitsluiten niet. In praktische termen “Als je je ergens mee bemoeit ben je aansprakelijk”. De mate van aansprakelijkheid wordt voor een belangrijk deel bepaald door jouw rol: hoeveel invloed heb je, of had je moeten hebben op het resultaat?

Het inschakelen van een kwaliteitsborger staat niet gelijk aan een verzekering of een manier om aansprakelijkheid af te wentelen. Het uitgangspunt is en blijft nog steeds dat iedereen zich aan de wet moet houden. Partijen betrokken bij de realisatie hebben en houden dan ook een eigen verantwoordelijkheid om hier aan te voldoen.

Een kwaliteitsborger kan niet al het werk van adviseurs en uitvoerende partijen controleren, nog eens doorrekenen of bij iedere bewerking / handeling aanwezig zijn. Hij beschikt niet over de specialistische kennis vereist voor de diverse deelwerkzaamheden binnen de engineering. Daarnaast is het onmogelijk om alles wat zich tijdens de realisatie voordoet te zien en te beoordelen.

De kwaliteitsborger beoordeelt in eerste instantie op risico’s of het werk voldoet. Dit betreft primair de veiligheid. De ratio: een gebouw moet boven alles veilig zijn voor de mensen die er gebruik van maken. Bouwwerken zijn ingedeeld in risicoklassen. De beoogde wet volgt in basis deze indeling. Bij meer risico’s gelden er zwaardere eisen voor de kwaliteitsborging. Een en ander is in lijn met de opbouw van het Bouwbesluit: het begint met veiligheid, gezondheid en dan komen aspecten zoals bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu aan bod. Natuurlijk is alles belangrijk maar alles is nogal veel. Het is niet voor niets dat we in eerste instantie met gevolgklasse CC1 aan de slag zullen gaan, de werken met geringe gevolgen bij bezwijken. Kwaliteitsborging Wkb gaat er niet over of een gebouw mooi is, de afwerking wellicht beter had gekund of er misschien nog een krasje op het glas zit bij de oplevering. Of de opdrachtgever (of consument) krijgt waar hij voor betaalt is, hoe bot het ook klinkt, feitelijk ondergeschikt. Het gaat over het voldoen aan de wet (bouwvoorschriften) met de primaire focus op risico’s in relatie tot veiligheid.

Het is goed realistisch te zijn over de rol van de kwaliteitsborger en wat dit betekent voor mogelijke aansprakelijkheid.

Hetzelfde geldt feitelijk voor de instrumentbeheerders. We gaan ervan uit dat een instrument is goedgekeurd door de toelatingsorganisatie. Er vindt een periodieke herijking plaats. De instrumentbeheerders waken er over dat kwaliteitsborgers het instrument goed gebruiken. Ook dit is geen 100% controle. Er zal een werkwijze komen waarbij kwaliteitsborgers met steekproeven worden gecontroleerd. Als die systematiek keurig wordt gevolgd zal het waarschijnlijk lastig zijn om de instrumentbeheerders aan te spreken op iets wat een kwaliteitsborger mogelijk heeft verzuimd of niet goed heeft gedaan. Is er sprake van verwijtbaar handelen dan kan het natuurlijk anders uitpakken.

De toelatingsorganisatie zit nog een stapje verder weg. Die club is straks druk met het beoordelen van instrumenten en lijst, op aangeven van de instrumentbeheerders, wie als kwaliteitsborger dit werk ook mag doen. Ook hier kan sprake zijn van verwijtbaar handelen. In de praktijk zal het nagenoeg onmogelijk zijn aansprakelijkheid vanuit de bouwpraktijk die kant op te bevorderen.

We moeten niet vergeten dat er geen standaard voor kwaliteitsborging is. Ik heb hier al vaker over geschreven. Die standaard zou er feitelijk moeten zijn. Bij het ontbreken van een standaard is het toch een tikkeltje moeilijker om de kwaliteitsborgers aansprakelijk te stellen. Tenzij er sprake is van opzet, grove schuld (grove nalatigheid) kan een kwaliteitsborger bewegen binnen de ruimte die door een instrument wordt geboden. Wetende dat 100% controle onmogelijk is en er keuzes worden gemaakt is het met de aansprakelijkheid geen appeltje eitje als er toch iets mis blijkt te zijn.

Ik voorzie dat er instrumenten komen met een verzekerd product. Het verzekeren heeft de schijn dat het nog beter is. Een verzekering maakt het instrument echter niet anders. Dit is een beetje in het straatje van de huidige (afbouw)garanties met bepalingen waarin de aannemer gehouden is om zich aan het Bouwbesluit te houden, iets wat hij wettelijk al gewoon moet doen.

Kwaliteit moet je definiëren om het meetbaar te maken. In de huidige opzet richt het definiëren zich op de instrumenten en kwaliteitsborgers, niet de kwaliteit van bouwwerken. Voor dat laatste geldt de verwijzing naar de toepasselijke bouwvoorschriften. Die voorschriften situatiespecifiek vertalen, want daar zit de kneep als je het over de volledigheid en objectiviteit hebt, wordt aan de instrumenten en kwaliteitsborgers overgelaten. De vraag is of de toelatingsorganisatie hier wat mee gaat doen. Ik acht die kans klein. Dit baseer ik enerzijds op het feit dat het gewoon moeilijk is en anderzijds de inzet om meerdere systemen en benaderingen mogelijk te maken. Hiermee is er speelruimte voor instrumenten en kwaliteitsborgers om voor een deel zelf te bepalen wat op welke manier wordt gecontroleerd en waar het aan moet voldoen.

Concreet: is er een probleem met iets wat niet voldoet en wordt vastgesteld dat de kwaliteitsborger het betreffende onderdeel niet heeft gecontroleerd, en die mogelijkheid werd hem geboden binnen het goedgekeurde instrument, dan is er geen sprake van verwijtbaar handelen. Opereert hij correct binnen de kaders van ‘zijn’ instrument dan kan hij niet worden aangesproken op wat buiten zijn controle valt. Dit is uiteraard anders als hij iets wel heeft gecontroleerd en akkoord bevonden. In een dergelijk geval ontslaat het andere partijen niet van de eigen verantwoordelijkheid. Ook kan er op dat moment nog eens discussie ontstaan over de grenswaarde, waar het werk aan moet voldoen in die specifieke situatie.

Het is best opmerkelijk dat, onder het huidige stelsel, we ons niet echt afvragen hoe het zit met de rol van de kwaliteitsborger, wat hij of zij doet en hoe, volledigheid, objectiviteit, aansprakelijkheid en wat al niet meer. Nu we naar privaat gaan komt er het vergrootglas en zien we een structuur die veel weg heeft van een kerstboom vol versiersels van een toelatingsorganisatie, instrumenten tot kwaliteitsborgers.

We krijgen met meer partijen te maken en het wordt complexer. Per saldo denk ik dat de beoogde wet, zoals die er nu uitziet, de consument niet substantieel meer garanties gaat bieden.

 

aanvulling 11-09-2015

Resumerend:
De kwaliteitsborger werkt in opdracht van de vergunninghouder/opdrachtgever. Vanuit die contractuele relatie kan de kwaliteitsborger worden aangesproken op niet-nakoming van de afspraken, een gebrek in de prestatie of nog erger. Diverse gradaties zijn denkbaar. Hoe daar mee om te gaan is niet anders dan nu het geval in contractuele relaties. Ook de kwaliteitsborger heeft zich aan de wet te houden. Echter, de Wkb zegt niet hoe hij zijn werk, primair het beoordelen of een werk aan de bouwvoorschriften voldoet, moet uitvoeren. Hiervoor is het goedgekeurde instrument maatgevend waar weer toezicht op zit (de toelatingsorganisatie). Bij een probleem met een werk, het werk blijkt onverhoopt niet te voldoen, e.e.a. in afwijking van het oordeel (of gebrek aan oordeel) van de kwaliteitsborger, is de werkwijze van het instrument dan ook maatgevend. Dit wordt het houvast als het om inhoud gaat. Gelet op het ontbreken van een standaard voor kwaliteitsborging biedt een instrument bepaalde speelruimte (er is geen 100% controle). Hiermee is het dan ook mogelijk dat de kwaliteitsborger, ondanks dat het werk niet voldoet, zijn eigen werkzaamheden correct conform instrument heeft uitgevoerd. Als alles er over is gezegd hebben we het over mogelijke medeaansprakelijkheid van de kwaliteitsborger want eenieder in de keten is en blijft zelf verantwoordelijk voor het werk wat hij of zij doet.

Bij de opzet van de WkB is in bepaalde mate onderscheid gemaakt i
n het type contract. Voor geïntegreerde contracten gaan andere eisen voor kwaliteitsborging gelden in een vergelijk met traditionele contracten. Het verdient aanbeveling zorgvuldig te kijken naar contract en voorwaarden bij opdrachten kwaliteitsborging.