Steun voor landelijke pilots: de tussenstand

Vanuit de kwartiermakers wordt het belang onderkend. Dit wordt ook uitgedragen met suggesties om partijen te bewegen. Kenmerkend is de grassroots benadering: begin klein, bedenk stimuleringsmaatregelen zoals het belonen van inspanningen, sneller vergunnen om tot een lagere toezichtlast te komen en een besparing in kosten. Hier hebben meerdere partijen baat bij.

Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland ziet de noodzaak voor pilots ook maar acht de kans groot dat deze mislukken als bouwbedrijven zelf het nut totaal nog niet inzien. Ook ziet VBWTN het als te gemakkelijk om de bal geheel bij de gemeenten neer te leggen. De bal ligt niet helemaal bij gemeenten. Het ministerie moet hier in eerste instantie leiding aan geven, in sturen. Als gemeente niets doen met pilots vanuit de impliciete voorwaarde dat je eerst het nut bij bouwbedrijven er in moet zien te krijgen dan is er toch een probleem. Ook ik hoop dat bouwers het licht gaan zien en er is veel missiewerk om dit voor elkaar te krijgen. Tegelijkertijd mag het al dan niet slagen van die missie je niet weerhouden om te doen wat nodig is om de invoering tot een succes te brengen. Immers, wat doe je als de bouwers met geen mogelijkheid het licht gaan zien? Het hele feest dan maar afblazen? Zo van “Sorry, dat gaat niets worden met die wet want we krijgen de bouwers niet mee”. Dat is natuurlijk onzin.

Bouwend Nederland acht toetsing en toezicht noodzakelijk maar voegt daar aan toe dat minder belangrijk is wie het uitvoert, als het maar wordt gedaan. Het is fijn dat Bouwend Nederland de noodzaak van controle onderschrijft. Wie het uitvoert en hoe is natuurlijk wel van belang. Het voldoen aan de voorschriften moet aantoonbaar, transparant en reproduceerbaar zijn. Hierbij speelt objectiviteit een belangrijke rol. Dit alles doen we om te komen tot voldoende garantie dat het werk voldoet. Hiermee mag het duidelijk zijn dat het wel uitmaakt wie op welke manier toetst en toezicht houdt.

Het ministerie heeft, voor zover bekend, geen beleid of visie als het gaat over pilots en vereiste voorbereidingen.

Wat andere stakeholders noodzakelijk achten is onduidelijk.

Het klein beginnen en het bedenken van stimuleringsmaatregelen, zoals het belonen van de inspanningen en sneller vergunnen wordt nu in de praktijk gebruikt om partijen te interesseren voor deelname aan pilots. Dit heeft tot op heden geen noemenswaardig resultaat. Er is geen reden aan te nemen dat dit gebrek aan succes met meer masseren, harder praten, herhalen en nog eens herhalen anders gaat worden. Op zich vind ik het wel goed om ook die route te bewandelen maar je moet wel realistisch zijn. Weet je dat dit te weinig oplevert dan moet je daar op acteren en dat betekent een andere route volgen. Dat gebeurt nog niet.

De markt komt niet in beweging met een oproep “Pak het op!” Waarom zou de bouw dat ook doen? Extra controle op bouwvoorschriften wordt door bouwers nog niet als belangrijk gezien. Bij nagenoeg geen interesse in pilots is er geen andere conclusie mogelijk. Ook opdrachtgevers doen hier op dit moment nagenoeg niets mee: “Bouwers moeten al aan de voorschriften voldoen dus waarom daar nog extra mee bezig zijn, daar is de gemeente nu voor, als het straks anders is zien we dat wel”.

Gemeenten gaan niet uit eigen beweging pilots uitvoeren. “Waarom zou je iemand helpen die jouw werk komt afpakken?” Zo wordt het toch gezien. Het is afwachten, in ieder geval tot er zekerheid over invoering van de wet is.

Allemaal heel begrijpelijk maar dit betekent wel dat er geen noemenswaardige pilots komen.

De houding van gemeenten is ook dubbel. Natuurlijk is het niet leuk voor de direct betrokkenen dat er banen gaan sneuvelen. Maar is dit dan dé blokkade om niet verder te denken? Speelt wellicht de hoop dat met niets doen de kans groter is dat het gaat stranden? Als dat zo is, zeg dat dan. Ook niet onbelangrijk: hoop is geen strategie. Het is natuurlijk allemaal gissen. Wat het ook is, het wordt niet uitgesproken.

Als het ministerie de stelselwijziging tot een succes wil maken dan moet het ministerie er ook alles aan doen om het ook voor elkaar te krijgen … zou je denken.

Het is een tussenstand dus … wordt vervolgd.