Kwaliteitsborging 2.0

Op 27 oktober 2015 lezen we in Cobouw dat geld het grootste knelpunt is bij kwaliteitsborging.  Dat is misschien toch iets te simpel gesteld. De huidige kosten zijn een gevolg van hoe het nu is.  De kosten op termijn zijn een gevolg van hoe het straks onder het nieuwe stelsel moet gaan functioneren.

De opzet van het stelsel is bepalend voor de kosten. Kosten zijn dan ook een gevolg. Meer tierlantijntjes kost nu eenmaal geld.

Gebrek aan draagvlak?
Gebrek aan draagvlak is wat je proeft, merkt als je het met mensen uit het vak over de beoogde stelselwijziging hebt. Velen vragen zich af of wat nu is bedacht wel echt een verbetering is. Er wordt een kerstboom opgetuigd om de controle op bouwvoorschriften naar private partijen te brengen. Het hogere doel van ons ministerie hierbij is dat de bouw zelf verantwoordelijk gaat worden en de kwaliteit op een hoger niveau gaat komen. Het benoemen van kwaliteit is echter een probleem op zich. Private kwaliteitsborging gaat niet over kwaliteit in de brede zin maar enkel het voldoen aan de bouwvoorschriften. Als we dat deel strakker hebben geregeld is de bouw dan opgevoed om zelf meer kwaliteit te willen leveren? Ik denk het niet. Laten we duidelijk zijn: het is een andere manier van controleren op voorschriften.

Wil je dat Kwaliteit maar dan met die hoofdletter ‘K’ beter wordt, dan zul je andere stappen moeten zetten. Hierbij moet je niet eerst met een rekenmachine en accountant beginnen om vervolgens in discussies over kosten te verzanden.

De bouw verantwoordelijk maken regel je niet enkel met het verhangen van de controletaak. Alle partijen in de keten moeten aantoonbaar kwaliteit gaan leveren en hun verantwoordelijkheid hier in nemen.

Hoe dan wel?
Laten we het kwaliteitsborging 2.0 noemen. Iedereen in de keten moet hierbij aantoonbaar maken dat aan de minimale wettelijke kwaliteit wordt voldaan. Om dat ook inhoud te geven en discussies over het ‘hoe’ te voorkomen moet je die kwaliteit gaan definiëren. Dat red je niet met enkel de eis ‘het voldoen aan de bouwvoorschriften’.

Er moet een standaard voor kwaliteitsborging komen. Per type bouw en functie wordt bepaald waar een bouwwerk aan moet voldoen: de situatiespecifieke controleaspecten en bijbehorende eisen. De standaard kan niet in alle situaties voorzien. Dat hoeft ook niet want de verantwoordelijkheid beperkt zich niet uitsluitend tot het voldoen aan de standaard.

De standaard kan voor een deel zelflerend worden met inbreng van de diverse stakeholders. De verantwoording van controle gebeurt middels een bouw- en opleverdossier, online te raadplegen door opdrachtgevers, bevoegd gezag en externe kwaliteitsborgers.

Omdat er een standaard is zal controle, door wie dan ook, een stuk eenvoudiger worden. Je maakt het objectief. Externe kwaliteitsborgers kunnen hier makkelijk op aansluiten.

De verantwoordelijk daar laten waar hij thuishoort
De verantwoordelijkheid moet daar blijven waar hij thuishoort. Wie belast is met de engineering is en blijft hier ook verantwoordelijk voor. Dit gaat niet over op bouwers of misschien zelfs een externe kwaliteitsborger. Dat zou onzinnig zijn. Wie de engineering verzorgt dient over specialistische kennis te beschikken, kennis die je niet kunt verwachten bij iemand met een andere rol in het proces.

Vanuit de engineering wordt de start met kwaliteitsborging gemaakt. Dit is eigenlijk niets nieuws want ook een architect, constructeur of andere specialist moet voor zijn of haar deelwerkzaamheden zelf controleren of wat is bedacht past binnen de voorschriften. Maak het voldoen aan de voorschriften en de controle die daar bij hoort, in eerste instantie door de partijen zelf, concreet. Hier is de standaard voor.

Hetzelfde geldt voor de bouwers met zelfcontrole tijdens de uitvoering.

Geen vrijblijvendheid
Voor jouw deelwerkzaamheden voldoen aan de standaard kan niet vrijblijvend zijn. Je laat niet een stagiair een controlelijstje aanvinken, je kunt je er niet met een Jantje van Leiden van afmaken. Daar waakt de externe kwaliteitsborger over. Met een helder sanctiebeleid regel je dat aantoonbare kwaliteit leveren, door de hele keten, ook serieus wordt genomen.

De stappen die in dit proces worden gezet bouwen op elkaar. Voldoet iets in een fase nog niet, of is de controle nog niet volledig, dan kan de volgende stap niet worden gezet.

Is dit moeilijk, te ambitieus, te ingewikkeld?
Nee, helemaal niet. Het vraagt wat van techniek en communicatie: gezamenlijk aan een project werken. Dit is er echter al. Ook over dé standaard kun je heel lang soebatten. Ook die is er al, ga er maar wat van vinden en ga het maar verbeteren.

Dan toch even over geld
Wat moet dit wel niet kosten? Laten we beginnen met wat het oplevert … dat is veel interessanter. Veel inefficiëntie en fouten worden voorkomen, minder faalkosten, het draagt bij aan het professionalisme, een betere bedrijfsvoering enz. Wat dat exact oplevert is natuurlijk niet eenvoudig te berekenen. Toch staat een verbetering van procenten al gelijk aan miljarden waar de bouwconsument van gaat profiteren. Wat het ook oplevert is dat aantoonbare kwaliteit leveren dé standaard gaat worden. Het kwaliteitsbesef en concurreren op kwaliteit zal hiermee toenemen. Ook dit is alleen maar goed voor de bouwconsument.

Hoe er op kwaliteit wordt gescoord kun je inzichtelijk maken. Hiermee wordt het door marktwerking een onderdeel van de selectie.

Kosten die partijen in de keten maken om zelfcontrole uit te voeren zijn niet meer of minder dan nu het geval. Iedereen wordt nu ook geacht aan de voorschriften te voldoen. Dit impliceert dat je daar met je werk rekening mee houdt en op controleert. Dat moet je al doen. Nieuw is dat je het gestructureerd met een systeem aantoonbaar maakt.

Maar wie is dan de externe kwaliteitsborger?
Ik behoor natuurlijk te zeggen dat dit naar private partijen moet. Er zijn echter goede redenen voor een mix van publiek en privaat afhankelijk van complexiteit en risico. Ik denk dat het goed is dit onderdeel op een ander moment nader uit te diepen. Kernpunt is dat het proces van externe controle met kwaliteitsborging 2.0 stukken efficiënter en beter kan worden uitgevoerd. Ik durf te stellen dat iedereen in de keten hier van gaat profiteren.

Gooi je hiermee niet je eigen glazen in?
Nee hoor, links- of rechtsom, er is en blijft veel te verbeteren. Dit maakt dat de specialisten op het gebied van de kwaliteitsborging hier in kunnen bijdragen.

Is er voor 2.0 wel draagvlak te vinden?
Als je kunt overbrengen wat het doet en waar het goed voor is dan ben ik ervan overtuigd dat de bouw 2.0 als een gewenste verbetering gaat zien. Het is een ontwikkeling, een weg die je inslaat, het is helder en met een doel: het best haalbare. Zet het naast de huidige inzet om (enkel) de controletaak van gemeenten te verhangen in de hoop dat het indirect effect zal hebben op kwaliteit boven de minimale vereisten.

Misschien zet het idee kwaliteitsborging 2.0 mensen aan tot actie. Hoe dan ook, gaat kwaliteitsborging enkel over kosten dan zijn we in mijn ogen fout bezig.

Ondertussen wachten we op de release van bètaversie 1.0 …