Wanneer gaan we het over inhoud hebben?

Op 2 maart jl. is de eerste paal voor het project Grachtenhuis Nieuw Delft geslagen. Op dit project is, vooruitlopend op de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, een onafhankelijke kwaliteitsborger ingeschakeld. Instituut voor Bouwkwaliteit (iBK) maakt melding van de constructieve samenwerking tussen opdrachtgevers, architect en gemeente. Die goede samenwerking heeft tot het initiatief private kwaliteitsborging geleid. Het project krijgt extra aandacht door aanwezigheid van minister Blok bij het slaan van de eerste paal. Hiermee wordt de waarde van het initiatief benadrukt.

Bij de melding van het initiatief op de site van iBK is de navolgende suggestie als commentaar achtergelaten:

Wellicht een suggestie: regel op een dergelijk project dat diverse instrumenten private kwaliteitsborging onafhankelijk van elkaar de kwaliteit gaan borgen. Dat geeft waardevolle informatie over werking, voor- en nadelen, en of de bevindingen overeenkomen. Dat is in mijn ogen een fraaie test. We pakken het graag op.

De melding heeft tot op heden nog geen reacties opgeleverd.

De suggestie is met een doel geplaatst. Er is nog geen manier om instrumenten private kwaliteitsborging te kunnen waarderen of vergelijken. Er is geen kieskeurig voor instrumenten private kwaliteitsborging. Er is geen publieke informatie over verschillen, plussen en minnen, werking, iets wat de markt enig houvast kan bieden. Er zijn verschillende instrumenten in wording waar de kwaliteitsborging in principe mee kan worden uitgevoerd. That’s it. Ga het internet op en ga daar dan maar traceren wat er is en hoe het werkt.

Het kan niet de bedoeling zijn instrumenten nu eens even op een Jamie Clarkson manier aan de tand te gaan voelen. We krijgen straks een toelatingsorganisatie die hier zorgvuldig naar zal kijken. Is een instrument straks toegelaten dan voldoet het. Of een instrument ook wordt gebruikt is niet aan de toelatingsorganisatie, dat is marktwerking. Helemaal goed maar … voor wie nu iets met private kwaliteitsborging wil is het lastig zo niet onmogelijk keuzes te maken. Ik leg dit uit aan de hand van een voorbeeld.

Gemeente Schiermonnikoog biedt vanaf 1 februari jl. de mogelijkheid om ervaring op te doen met private kwaliteitsborging. De manier waarop heeft de gemeente in een projectfolder omschreven. Er is gekozen om zoveel mogelijk ervaring op te doen met verschillende instrumenten. Dit kan met wat de gemeente ‘alternatieve’ instrumenten noemt of ‘de meest bekende’. Dit is natuurlijk ook de kern van pilots: ga maar ervaring opdoen.

Hoe gaat dit in de praktijk? Kan de gemeente bij geïnteresseerden inhoudelijk iets over de instrumenten aangeven? Kan iemand daar iets over aangeven? Het lijkt me lastig voor wie nu iets wil.

De impliciete vraag is natuurlijk ‘Wanneer gaan we het over inhoud hebben? Wat werkt, wat is goed, wat kan beter?’ Met dergelijke informatie kan de markt iets. Dan is een vergelijk en het publiek delen van bevindingen van belang.

Of iemand het nodig vindt om het nu eens over inhoud te gaan hebben is wellicht de vraag der vragen.