Van realisatie naar gebruik: appels en peren

Binnen de beoogde wet Kwaliteitsborging voor het bouwen zal het voldoen aan constructieve veiligheid en brandveiligheid bij een te realiseren bouwwerk door een bevoegd kwaliteitsborger worden verzorgd. Bij gevolgklasse 1 is de knip met betrekking tot brandveiligheid gemaakt. Voor deze klasse is geen melding of vergunning brandveilig gebruik nodig. Bij de meer risicovolle werken binnen de hogere gevolgklassen is dit wel aan de orde. Voor die werken wordt de controle na oplevering, tijdens de gebruiksfase, door de veiligheidsregio’s (brandweer) verzorgd.

De beoogde wet ziet primair op het bouwen met de focus op de realisatie: of het werk bij oplevering aan de wettelijke eisen voldoet.

Gebaseerd op het voldoen aan de Bouwbesluit eisen brandveilig gebruik is en blijft er uiteraard het belang op termijn, de gebruiksfase. Controle en eventuele handhaving stopt dan ook niet bij de verklaring dat een werk voldoet bij oplevering.

Er is op dit moment geen rekening gehouden met de relatie tussen het aantoonbaar voldoen van een bouwwerk bij oplevering en de controle tijdens de gebruiksfase. Het eerste deel is een taak van de kwaliteitsborger, een private partij, het tweede deel is een taak van de brandweer, overheid.

Hoe sluiten de taken private kwaliteitsborging en controle tijdens het gebruik op elkaar aan? Het antwoord is: ‘Niet’.

Hierbij spelen meerdere aspecten:

  • De afbakening van de wet. De beoogde wet zegt niets over hoe kwaliteitsborging op termijn, tijdens de gebruiksfase, is georganiseerd.
    De wetgever heeft er voor gekozen dossiervorming indirect te regelen. Het moet er zijn. Dit volgt uit de verplichtingen van aantoonbaar, transparant en reproduceerbaar. Verder mag ieder dat naar eigen inzicht doen. Dat wordt straks wel via een goedgekeurd instrument bepaald. Er wordt vanuit de wet geen eenduidige standaard voorgeschreven.
  • De overheid wil vooralsnog niet aan een standaard voor controle, een eenduidige systematiek voor controleaspecten en bijbehorende eisen. Dat juist niet. De overheid richt zich op het raamwerk, waar instrumenten en kwaliteitsborgers aan moeten voldoen, niet het controlewerk op zich. Daar zal straks de toelatingsorganisatie iets van gaan vinden. We krijgen verschillende instrumenten ieder met eigen maniertjes. Instrument A doet het zo, B weer zo, dat moet allemaal kunnen.
  • Probleem is natuurlijk dat de brandweer feitelijk het stokje overneemt daar waar de kwaliteitsborger het dossier sluit. Probleem? Als die twee eigenlijk niets met elkaar te maken hebben dan maakt het toch niet uit? Het is maar hoe je het bekijkt. Vanuit het gezichtspunt van de vergunninghouder is het natuurlijk een beetje mal dat de knip er voor zorgt dat het appels en peren worden. De aspecten die vanuit de realisatie over constructieve veiligheid en brandveiligheid gaan behoren natuurlijk een op een over te gaan van realisatie naar gebruik, dan blijft het appels.

De oplossing ligt voor de hand: zorg voor een heldere standaard in combinatie met een gebouwgebonden dossier. Hiermee gaat niet iedereen weer opnieuw het wiel uitvinden.

Breng de huidige controlesystematiek van de brandweer naar de minimale standaard voor private kwaliteitsborging. Laat private kwaliteitsborgers hier aan toevoegen wat iedereen nodig acht maar laat binnen de standaard duidelijk naar voren komen wat de minimale eisen zijn. Het organiseren van de dossiervorming, online, rolspecifiek gebruik, is relatief eenvoudig. Dat is er allemaal al.

Deze visie is overigens niet nieuw. Een en ander is eerder bij de opstellers van de wet onder de aandacht gebracht.

De voordelen zijn evident.

  • Met een standaard wordt het niveau bepaald.
  • De standaard heeft een checklistfunctie, op alle punten moet aantoonbaar zijn dat hier aan is voldaan en dat de vergunning overeenkomt met de werkelijke situatie.
  • Met de standaard wordt de slag naar de praktijk eenduidig, objectief en praktisch gemaakt.
  • Het voorkomt discussies als gevolg van eigen interpretatie, subjectiviteit en mogelijke onvolledigheid.
  • Het bevordert efficiënt werken omdat op voorhand duidelijk is hoe en waarop er wordt getoetst en waar het aan moet voldoen.
  • Met een standaard gaat het aantoonbaar voldoen tijdens de realisatiefase naadloos over naar de gebruiksfase: we hebben het dan nog steeds over exact dezelfde controleaspecten en bijbehorende eisen.

De tijd zal leren of nut en noodzaak van een standaard die voor de hele keten van belang is gaat aangroeien. Voorlopig blijft het even fruit in de vorm van compote.