Overleg en neusjeuk

Op 16 maart jl. heeft minister Blok in een algemeen overleg met de commissie voor Wonen en Rijksdienst de stand van zaken met betrekking tot het wetsvoorstel Kwaliteitsborging besproken.

Nee, de minister heeft niet aangegeven wanneer hij het wetsvoorstel voor behandeling naar de Kamer willen brengen.

In zorgvuldige bewoordingen heeft minister Blok een aantal zaken gemeld die toch enig houvast bieden.

Houvast
In de eerste plaats heeft hij benadrukt dat het huidige stelsel is achterhaald en hij van mening is dat gemeenten niet langer in staat zijn om het voldoen aan de wet te controleren. Met name de wijze waarop de bouw zich heeft ontwikkeld, nu is georganiseerd en de technieken die nu worden toegepast, vragen om een andere benadering. Gemeenten kunnen hier niet langer in voorzien. Hiermee lijkt een spoor ‘Laten we toch alsnog proberen om het gemeentelijk toezicht op niveau te krijgen’ afgesloten.

De minister heeft benadrukt dat hij zorgvuldig te werk gaat in de belangenafweging. Dit blijkt uit de afstemming met brancheorganisaties en lobbyisten. Je kunt je voorstellen dat veel partijen een mening hebben en waardevolle input kunnen leveren. Die afstemming en het wegen vraagt nu eenmaal tijd. De zorgvuldigheid blijkt uiteraard ook uit de onderzoeken die zijn verricht. Wij hebben geen inzicht in dit proces en het is dan ook lastig te oordelen of meer wikken en wegen, praten, toch nog meer onderzoeken, iets gaat toevoegen.

Commissieleden hebben aangegeven dat het tijd is dat de discussie in de Kamer wordt gevoerd dus … ‘Kom met het wetsvoorstel, dan kunnen we het er inhoudelijk over gaan hebben’. De minister vindt dit prima maar is van mening dat het wetsvoorstel op dat moment ook voldoende ‘voldragen’ moet zijn. Hij wil in ieder geval geen vroeggeboorte. Het is voor ons aan de zijlijn lastig inschatten hoe ver de zwangerschap is. Dat weet alleen de minister. Het lijkt me in ieder geval te laat voor een abortus.

Opmerkelijk
Ik vind een aantal zaken uit het overleg opmerkelijk en relevant is het duiden van voortgang.

In de eerste plaats betreft dit de melding van de minister dat overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten stroef verloopt. Dit punt is vaker voorbij gekomen. Dat gemeenten niet blij zijn met een nieuw stelsel is geen verrassing. Toch lijkt het me, gelet op de transitie, de gefaseerde invoering, een absolute must dat de neuzen dezelfde kant op moeten. Hier ligt natuurlijk een relatie met de vereiste belangenafweging.

Diverse commissieleden hadden het over de coördinerende rol van de minister met betrekking tot brandveiligheid. De minister heeft hierop aangegeven dat hij enkel over de regels in het Bouwbesluit gaat maar niet de brandweer. Ik acht dit punt relevant omdat de beoogde wet een duidelijke afbakening heeft. Er moet voldoende garantie zijn dat een bouwwerk bij oplevering aan de wet voldoet, verder gaat het niet. In de praktijk stopt het daar natuurlijk niet. De momentopname zegt niets over de gebruiksperiode en hoe een bouwwerk bij voortduring aan de voorschriften moet voldoen, de verantwoordelijkheid van de eigenaar / gebruiker en de relatie met controle en handhaving na oplevering. De wet heeft dan ook relaties met andere aspecten van controle en handhaving. Waar het wringt tussen het bouwen en gebruik heb ik al eerder benoemd. Zie hiervoor het blogbericht Van realisatie naar gebruik: appels en peren.

Diverse commissieleden hadden gemotiveerd suggesties voor met name brandveiligheidsaspecten. Ik noem er een aantal: zorg dat er een woning APK komt (met name installaties die niet onderhouden worden zijn gevaarlijk); rookmelders verplicht stellen voor alle bestaande woningen (twee derde van alle woningen heeft geen deugdelijke melder); ga apart iets regelen voor ouderenwoningen (wat is een ouderenwoning?). Die voorstellen wringen op de mogelijkheden voor controle en handhaving, nog los van afwegingen overheidsbemoeienissen versus eigen verantwoordelijkheid. De relevantie zie ik in mogelijke prikkels om vanuit de markt zaken beter te gaan organiseren met bijvoorbeeld een bonus malus systeem via de woningverzekering. Ja, ik heb deugdelijke rookmelders, vinkje. Ja, ik heb een onderhoudscontract op mijn installaties, vinkje. Ja, ik laat mijn schoorsteen jaarlijks vegen, vinkje. Heel goed, dan is dit het positieve effect op de verzekeringspremie. De markt kan daar natuurlijk nog meer mee.

Neusjeuk?
In het aanhoren en kijken is me één punt in het bijzonder opgevallen: de neus. Nee, het is geen fetish. Ik leg het u uit. Onze minister is meesterlijk met woorden. Tussen die hele vele woorden was er één moment van opvallende lichaamstaal, althans voor mij opvallend. In de twee uur van het overleg heeft de minister eenmaal aan zijn neus gewreven. Was het even jeuk of was dat lichaamstaal waar zelfs een minister geen controle over heeft? Het moment, wat er precies op dat moment werd besproken, in relatie tot twee uur geen neusjeuk is voor mij opvallend en te toevallig. Ik realiseer me wonderwel dat het mijn afwijking is dat ik ook op dit soort dingen let en iemand natuurlijk gewoon even jeuk aan zijn neus kan hebben.

Tja … kun je er wat mee? Dat mag iedereen zelf bepalen.