Oplevertoets: zin en onzin

Of een bouwwerk aan de voorschriften, vergunning en het contract met de bouwer voldoet kan niet enkel met een oplevertoets worden bepaald.

Een visuele controle op het moment van oplevering heeft beperkingen. Je moet het doen met wat op dat moment nog kan worden waargenomen plus wat er tijdens het bouwproces is gedocumenteerd. Een oplevertoets in combinatie met voldoende aantoonbare controle tijdens de realisatie kan wel leiden tot een waardeoordeel dat het werk voldoet.

Niet enkel één moment
In de discussie rond private kwaliteitsborging wordt de noodzaak voor het aantoonbaar voldoen nu vaker geënt op dat ene moment: de oplevering. ‘Als je maar door de oplevertoets komt en prestaties in de praktijk aantoont … voeg wat bewijslast toe van zaken die bij oplevering niet meer te zien zijn en klaar …’

Met deze benadering is het grote stappen, snel thuis. Een dossier met informatie waar geen afkeur uit blijkt moeten we wel op de juiste manier plaatsen: dit heeft beperkte waarde.

Anders dan de uitslag van een examen, bijvoorbeeld een 7,5, is de uitkomst voor het voldoen aan de voorschriften een kwestie van ja/nee en dat op ieder onderdeel. Een werk voldoet of het voldoet niet. Het is geen kwestie van ‘wat’ bewijslast of bijna goed.

Is het voldoen tijdens het proces gecontroleerd dan is de oplevering meer formaliteit dan hét moment waarop we gaan kijken.

Hoeveel vertrouwen kunnen we ontlenen aan dossiervorming tijdens de realisatie? Is ‘iets beter dan niets’ of ‘moeten we er op vertrouwen dat de belangrijke aspecten wel keurig worden vastgelegd’?

Bij het borgen van kwaliteit is vertrouwen de uitkomst van controle
Maar wat controleer je dan allemaal? Dit is een open vraag waar velen een mening over hebben. Ook straks onder de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen zal daar geen eenduidig antwoord op komen. Per instrument zijn er nuances en kan kwaliteitsborger A het net weer anders bekijken dan kwaliteitsborger B. Wordt private kwaliteitsborging ‘volwassen’ dan is het mijn overtuiging dat een standaard voor controle ontstaat. Het zou heel vreemd zijn als iedereen naar verschillende dingen gaat staren of juist iets ‘vergeet’. Als we naar hetzelfde kijken hebben we het toch over een standaard?

Omdat private kwaliteitsborging een commerciële aangelegenheid is zullen kwaliteitsborgers hun dienstverlening in de etalage zetten. Dat gaat verder dan een paar kleurrijke voorbeelden om aan te geven waar op wordt gelet en waar het vaak misgaat. De inhoudelijke aanpak gaat een rol spelen, de waarde van die aanpak gaat klanten bewegen om voor een specifieke kwaliteitsborger te kiezen.

Een resultaat is afhankelijk van de mate van voorbereiding
Maak de manier van controleren op voorhand inzichtelijk. Doe dit nog voor je überhaupt ook maar iets gaat bouwen. Dit is het benoemen van je controleaspecten en eisen. Regel dat de bouwer hier aan voldoet en dat hij het aantoonbaar maakt: lever mij het bewijs. Dit heeft dus veel met een standaard te maken. Heb je dit geregeld dan ben je tijdens het bouwen niet langer overgeleverd aan de willekeur van de bouwer en wat wel of (toevallig) niet in het dossier komt. Nee, stel hier eisen aan. De benadering is al beproefd. Bij de grotere meer risicovolle werken wordt op voorhand bepaald hoe de bouwer aantoonbaar maakt dat de opdrachtgever ook krijgt waar hij voor betaalt én het werk voldoet. Dit zie je bijvoorbeeld ook bij BREEAM-werken (het voldoen moet voortdurend aantoonbaar worden gemaakt – toetsing aan de standaard). Acceptatie is gebaseerd op het voldoen op onderdelen en niet het bij elkaar rapen van zaken bij oplevering en je dan afvragen of je alles wel hebt, het bewijs voldoende is … om er vervolgens op dat moment inhoudelijk iets van te gaan vinden.

Mijn advies
Regel in het contract met de bouwer controleaspecten en acceptatie. Hier moet het systeem voor kwaliteitsborging uiteraard in voorzien. Koppel controle en acceptatie aan termijnen. Bij een relatief laag risico kan de bouwer zelf met het bewijs komen. Bij een hoger risico is het verstandig dit onafhankelijk, door een deskundige partij, te laten vaststellen.