Eén taal voor kwaliteitsborging

Bouwen is samenwerken. Een samenwerking tussen opdrachtgever, architect, kostendeskundige, bestekschrijver, tekenaar, BIM-modelleur, constructeur, de adviseur voor de installaties, brandveiligheid, interieur, akoestiek, de hoofdaannemer, onderaannemers, nevenaannemers, uitvoerder, ploegbaas, metselaar, timmerman, stukadoor, elektricien, loodgieter, monteur voor dit, monteur voor dat, leverancier zus en leverancier zo, jurist, betonvlechter, koffiedame, projectmanager, directievoerder, opzichter, de KAM coördinator, de gebruiker, belegger … ho maar … ja het zijn er heel veel … oh ja, er wordt nog een nieuwkomer opgesteld, de onafhankelijke kwaliteitsborger!

Ze komen letterlijk overal vandaan, uit alle windstreken maar vaak ook nog eens uit verschillende landen iedere met een eigen achtergrond.

Vaak houden we een opstartbespreking, eerst maar een wat aan elkaar snuffelen, wat kom je doen, wat is jouw rol en hoe gaan we samenwerken om het klusje te klaren? Dat is afstemmen, omdat we elkaar moeten begrijpen.

We moeten op voorhand helder hebben wat we precies gaan maken en hoe. Waar het bouwwerk aan gaat voldoen, wat gaan we daar over afspreken? Los van contract is er de bouwregelgeving en vergunning. Wat zit er in jouw opdracht en wat in die van mij? Zijn we niet wat vergeten?

Een hele kluif. Het samenbrengen van diverse partijen maakt het keer op keer een uitdaging. Wordt vaker met bekende partijen samengewerkt dan weet je beter wat je aan elkaar hebt.

Vanaf het eerst bouwwerk zeg maar “ooit” tot de dag van vandaag hebben we met dezelfde stappen in het bouwen te maken. Dat geldt ook voor de complexiteit van vereiste afstemming als je mensen bij elkaar brengt om iets gezamenlijk te doen. Je zou zeggen dat we het kunstje nu dan ook wel doorhebben. Zeker, we weten best hoe het moet … op papier. Maar dan, de praktijk is meestal toch wat anders. Daar valt veel over te zeggen.

Ik richt me voor nu even specifiek op de bouwtaal, een taal waar we elkaar voldoende in moeten kunnen vinden om samen te kunnen werken. Ik neem met mijn schrijverij een aanloop richting het vereiste van één taal die we allen begrijpen als het over kwaliteit gaat.

Op het meest elementaire niveau zijn we het denk ik snel eens over wat waterpas is of de noodzaak van maatvoering. Misschien een paar treden hoger hebben we het over de sterkte van beton, isolatiewaarde, lichtopbrengst, standaardmaten van materialen enz. Nog een trede hoger hebben we bijvoorbeeld te maken met eisen vanuit BREEAM en door dit alles de bouwvoorschriften, het Bouwbesluit. Wat hebben al die zaken gemeen? Een structuur van afspraken als houvast om het met elkaar eens te zijn over wat precies de bedoeling is.

Oké, snap ik, maar wat heeft dat met kwaliteitsborging te maken?

Kwaliteitsborging heeft niet één taal, één structuur van afspraken als houvast om het met elkaar eens te zijn over wat precies de bedoeling is, althans nog niet. Wat is kwaliteit, hoe definieer je het? Hoe maak je het zo dat er op kan worden getoetst? Iedereen kent de gevleugelde woorden dat “De eisen vanuit het Bouwbesluit moeten worden vertaald naar de specifieke situatie”. Jawel, vertalen.

Dan gaan we bouwen en verwachten we dat iedereen begrijpt hoe we dat aanpakken als we het over kwaliteit hebben? Mmm …

Het is dan ook zoeken naar het houvast. Net als het metrisch stelsel voor maatvoering, is het binnen kwaliteitsborging zoeken naar iets van houvast met standaarden en afspraken.

Het woord hoofddraagconstructie is al langer uit het Bouwbesluit gesloopt. Toch gebruik ik die term nog even. Als je het over constructieve veiligheid en brandveiligheid hebt moet de hoofddraagconstructie in samenhang worden beoordeeld. Wat gebeurt er als de constructeur en de brandveiligheidsexpert hier iedere vanuit hun eigen discipline maar wel in samenhang naar gaan kijken? Spreken die elkaars taal? Het gaat natuurlijk over de punten die je dan moet benoemen als je het over een beoordeling hebt. Wat controleer ik en waar moet het aan voldoen? Zijn die twee het daar over eens? Als we er geen afspraken over maken niet.

Voor onze spreek- en schrijftaal snappen we dat afspraken over grammatica en spelling, de componenten van de structuur, eenmaal geleerd, het mogelijk maken dat we elkaar begrijpen. We weten waar woorden en zinnen aan moeten voldoen. Ik doe overigens mijn best dit te volgen. Ook kwaliteitsborging moet een dergelijke structuur hebben, afspraken die we kunnen leren en eenmaal geleerd automatisch kunnen toepassen. Doet iedereen dat op zijn eigen manier en iedere keer weer anders of als vrije invulling dan is er geen touw aan vast te knopen en snappen we elkaar niet.

Mijn uitleg brengt ons richting vereiste structuur en efficiency. Dan hebben we het bij voorkeur niet over 10 talen en 15 dialecten want ga die allemaal maar eens leren. Algemeen beschaafd Nederlands zou iedereen moeten snappen. En ja, de taal leeft en is niet statisch. Kwaliteitsborging gebeurt niet in een top secret laboratorium, juist niet. Dit gebeurt in samenwerking met bouwpartners die elkaar moeten begrijpen.

Waarom weten we dat een meter een meter is en ‘ik word’ zonder ‘t’ is? Dat zijn simpelweg afspraken. Zo moet het ook met kwaliteitsborging. We moeten woorden als ‘vertrouwen dat een bouwwerk aan de voorschriften voldoet’ en ‘transparant en reproduceerbaar’ vertalen naar een manier die we allemaal snappen. Dat doen instrumenten voor kwaliteitsborging nu voor ons, ieder lekker voor zich dus toch 10 talen en 15 dialecten.

Vanuit mijn idealisme en misschien wel naïviteit heb ik eerder geopperd dat wij als bouw de handen ineen moeten slaan en met brancheorganisaties moeten proberen het eens te worden over hoe wij met elkaar naar kwaliteit kijken, wat is het en hoe geef je het handjes en voetjes. Laat dat ons ‘man on the moon’ project zijn, laten we dat gewoon doen. De winst zou fenomenaal zijn. Stel je eens voor, nu snappen we elkaar en weten we van elkaar wat de bedoeling is als het over kwaliteit gaat. Tja … leuk zo’n idee. “Kansloos” was het antwoord. Friezen willen vooral Fries blijven en dat lukt ze ook nog aardig, Fries zit zelfs is Google translate! Toch verlaat ik het idee niet.

Ook wordt bij kwalteitsborging een bepaalde vorm van mystiek en ‘ingewikkeldheid’ in stand gehouden of misschien wel gecreëerd om anderen de toegang tot het taaltje te ontzeggen. Want, op die manier hebben ze je nodig als expert, alleen jij spreekt Latijn, Grieks, Fries, of juridisch-ingewikkeld. Dat is natuurlijk onzin. Het gaat om de toepassing van de taal. Wat de reden ook is om het idee van één taal voor kwaliteitsborging niet te omarmen, er is (los van mijn persoon) een universele kracht aan het werk die ons langzaam maar zeker toch die kant op werkt. Dit is de kracht van efficiency. Efficiency is voor de commerciële wereld een natuurwet. In marktsituaties maakt efficiency het verschil in de concurrentiestrijd. Efficiency noodzaakt afspraken over standaarden, de vereiste taal, op de werkvloer, met leveranciers, je afnemers enzovoorts. Als meer mensen samenwerken neemt de druk vanzelf toe om dat ook voor elkaar te krijgen. Die druk is er voor kwaliteitsborging nog niet. In de situatie gemeentelijk toezicht was en is er geen noodzaak voor efficiency. Door onder andere het ontbreken van commerciële druk is het niet gelukt om een standaard, één taal, voor kwaliteitsborging te realiseren. Ook telt daarbij dat gemeentelijk toezicht nagenoeg los staat van ieder ander betrokken bij het bouwen.

Ik heb de overtuiging dat we nu sneller richting een standaard voor kwaliteitsborging zullen gaan. Er ontstaat straks urgentie en vanuit commercieel belang, gebaseerd op vereiste efficiency, een noodzaak om zaken beter af te stemmen. Dan ontstaat standaardisatie: één taal.

Misschien heeft u het recente nieuws over het werken met BIM meegekregen. Hier zijn nu bouwbreed afspraken over gemaakt, we gaan, als we het over BIM hebben, dezelfde taal spreken. En ja, dit is voortgekomen uit de noodzaak van efficiency omdat veel partijen zaken moeten uitwisselen, de communicatie tussen systemen en wie er mee werkt.

Bij kwaliteitsborging lijkt het me minder handig om 10 jaar te wachten op de werking van de natuurwet zoals bij BIM. We hebben niet hetzelfde groeipad te doorlopen, het is voor een deel knop om, van gemeente naar privaat. Het aantal stakeholders is groot. Het betreft het voldoen aan de wet, iets wat absoluut moet zijn. Hierbij zou het dan ook glashelder moeten zijn waar aan moet worden voldaan, bij voorkeur vanaf dag 1.

Dit vraagt om een proactieve houding om tot een voertaal, de standaard voor kwaliteitsborging, te komen. Een taal die iedereen kan leren.

Tot slot, ik zou het bijna vergeten, met de Erkenningsregeling Kleine Bouwwerken (EKB) hebben we bewust gekozen voor een heldere standaard, een duidelijke taal om met alle bouwpartners aan kwaliteit te kunnen werken. Het systeem is gemaakt om te communiceren, uit te wisselen, te koppelen … niet omdat het kan maar omdat het moet!