Hoe onafhankelijk is ‘onafhankelijk’?

Op LinkedIn is via de groep Kwaliteitsborging in de Bouw bovenstaande vraag gesteld met de mogelijkheid hier over in discussie te gaan. Heeft u hier een mening over dan is het wellicht goed op die plaats bij te dragen aan de discussie.

Ik heb zelf een beknopte eerste reactie gegeven.

Onderstaand de iets langere versie …


De onafhankelijkheid van de kwaliteitsborger is een belangrijk uitgangspunt voor het vertrouwen dat een werk voldoet.

Als iemand ergens voor krijgt betaald is er altijd een bepaalde mate van afhankelijkheid. Dit is inherent aan het van publiek naar privaat gaan. Blijft dat je binnen de mogelijkheden (te stellen kaders) moet streven naar het best haalbare. Dit betekent dat de kwaliteitsborger die er voor tekent dat het werk aan de bouwvoorschriften en vergunning voldoet, direct of indirect geen belang bij het resultaat van een bouwwerk mag hebben.

Bij de beoogde wet zal de kwaliteitsborger door de vergunninghouder worden ingeschakeld. De bouwer heeft een belang bij het resultaat van het bouwwerk. Als de bouwer direct of indirect de kwaliteitsborger betaalt is onafhankelijkheid discutabel. Deze situatie doet zich voor bij waarborginstellingen die ook zelf gaan verklaren dat een werk voldoet, of daar een bedrijf voor inschakelen. De bouwer betaalt voor de garantie. Hiermee kan vanuit die garantie (direct of indirect ) per definitie niet onafhankelijk worden verklaard dat het werk voldoet. De aanname dat de garantie een belang op termijn heeft en wel betaalt als er toch iets niet in de haak blijkt gaat mank op het feit dat je voor die constatering afhankelijk bent (gaat worden) van de bouwconsument. De consument is geen expert. De consument moet juist het vertrouwen hebben dat onafhankelijk (dus niet door de partij die een garantie biedt op kosten van de bouwer) is vastgesteld dat het werk voldoet. Waarborginstellingen kunnen dan ook veel zelf organiseren met kwaliteitsborging maar niet de finale check. Die moet door de onafhankelijk kwaliteitsborger worden gedaan.

Voordelen
Is de onafhankelijkheid zo optimaal mogelijk dan is het vertrouwen in de verklaring van die functionaris dat het werk voldoet ook het best haalbare.

Nadelen
Geen. Ik kan zo geen nadeel voor de hoogst mogelijke onafhankelijkheid bedenken. Het is wellicht niet in het belang van een waarborginstelling om iemand in de keuken te laten kijken en/of wellicht spelen er andere commerciële belangen die er voor pleiten om het minder streng te regelen. Dergelijke commerciële belangen zijn in mijn ogen niet verenigbaar met het uitgangspunt van de beoogde wet dat er het vertrouwen moet zijn dat een werk voldoet: dat stel je vast met de hoogst mogelijke vorm van onafhankelijkheid.

Strenger
Strenger wordt al snel onpraktisch en kostenverhogend. Dit kan bijvoorbeeld als je 2 kwaliteitsborgers onafhankelijk van elkaar de controle laat uitvoeren. Dit gaat in mijn ogen te ver. Een onafhankelijk kwaliteitsborger heeft een belang op termijn. Dat is in de eerste plaats dat hij de bevoegdheid behoudt om dit werk te blijven doen. De wet gaat regelen dat hij over de kennis en kunde beschikt plus de taak serieus neemt, indirect kan hij immers gecontroleerd worden door instrumentbeheerders. De kans dat een onafhankelijk kwaliteitsborger opzettelijk de fout in gaat moet dan ook klein worden geacht.

Minder streng
Waarom zou je het minder streng willen regelen? Er is geen reden voor. Wordt besloten om minder streng met onafhankelijkheid om te gaan dan doe je afbreuk aan het uitgangspunt dat er het vertrouwen moet zijn dat een werk voldoet. Minder onafhankelijk (dus iemand die een bepaalde mate van afhankelijkheid mag hebben) staat gelijk aan beperkte waarde aan de beoordeling dat het werk voldoet.

Wat nu als de bouwer ook vergunninghouder is?
In dergelijke situaties zou het goed zijn te rouleren. Dit betekent dat een kwaliteitsborger niet ononderbroken voor dezelfde bouwer mag werken.

LinkedIn groep Kwaliteitsborging in de Bouw
Op dit moment telt de LinkedIn groep Kwaliteitsborging in de Bouw 58 leden. Voor een bedrijfstak met zo’n 150.000 bedrijven en werkgelegenheid voor meer dan 500.000 mensen is er nog een uitdaging om mensen te betrekken in het werken aan kwaliteit.