Pilots op de onderzoekstafel

Welke pilot private kwaliteitsborging is al onder het vergrootglas gelegd? Is, gebaseerd op ervaringen met pilots, objectief beoordeeld of de werkwijze private kwaliteitsborging voldoende vertrouwen biedt dat bouwwerken aan de voorschriften voldoen? Is daar informatie over te vinden?

Ik moet u teleurstellen, nee, dergelijke informatie is er niet en het is maar de vraag of die er ooit gaat komen.

Pilots worden op een positieve manier uitgedragen. We lezen over bemoedigende resultaten, de positieve inzet. Dit is met name informatie van deelnemende partijen. Er is geen onafhankelijke deskundige partij die hierover oordeelt.

Met de voorbereidingen van de stelselwijziging op stoom, we zijn immers al lekker aan het testen en experimenteren, zou je verwachten dat het tijd is eens kritisch te kijken naar werking. De kans dat we dit ook gaan meemaken acht ik klein. Deze inschatting baseer ik op de insteek van de overheid: het wordt de verantwoordelijkheid van de markt zelf en wij (overheid) kijken straks enkel of de procedure goed is. De overheid kijkt in principe niet naar inhoud.

Ik trek even de parallel met de medische wetenschap. Bij nieuwe behandelmethoden en medicijnontwikkeling weten we dat er uitvoerig onderzoek wordt gedaan. Er wordt gekeken of iets werkt, hoe het werkt, of er ongewenste neveneffecten zijn enz. Dat gebeurt zorgvuldig, objectief, meetbaar, wetenschappelijk, transparant en reproduceerbaar. De resultaten van dergelijke onderzoeken zijn in de regel keurig te vinden. Het is check, check dubbel check en pas als is aangetoond dat het veilig is en goed werkt wordt goedkeuring verleend. Die goedkeuring is niet op het systeem maar op inhoud: controleaspecten en eisen die vooraf zijn gesteld. Voor de bouw is de stelselwijziging ook het introduceren van een andere behandelmethode. De werking van die methode op voorhand bekijken doen we echter niet. De goedkeuring zit op het niveau van het proces.

Vragen naar beoordeling op inhoud, of nog beter, het verlangen, is iets wat, in mijn ogen, in eerste instantie op het pad van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland ligt. Gemeenten moeten het toezicht aan private partijen overdragen. Als het mij zou overkomen zou ik toch even het vingertje opsteken en aantoonbaar willen zien dat we met die switch nu wel de garantie krijgen dat bouwwerken ook echt voldoen. Ook bij Kamerleden zouden de vingertjes omhoog moeten. Het is toch niet meer dan normaal dat er feitelijke informatie beschikbaar komt over de werking van private kwaliteitsborging, feitelijke informatie van onafhankelijke deskundigen die hier zinvol over kunnen oordelen? Die informatie is van grote waarde.

Nu hoor ik u denken … “Ja maar wacht … er komt straks een toelatingsorganisatie en die gaat toch reality checks doen …?” Dat klopt, op enig moment komen er inderdaad reality checks … let wel, op enig moment, dus niet nog voor de stelselwijziging. Het beoogde stelsel is gebaseerd op eisen aan instrumenten, kwaliteitsborgers en de toelatingsorganisatie. Het is niet de bedoeling dat mensen uit het vak in de toelatingsorganisatie zitting nemen, juist niet (zie onderstaand een nadere aanvulling d.d. 16-06-2016 op dit punt). Bij de reality checks krijg je te maken met de vrijheid per instrument om te bepalen wat de controleaspecten en eisen zijn. Een bouwwerk 100% controleren kan niet dus worden er keuzes gemaakt. Over die keuzes zul je discussie houden. Mogelijkheden voor sturing bevinden zich op procesniveau.Verwacht dan ook niet teveel van reality checks. Enkel met een standaard maak je kwaliteitsborging op voorhand eenduidig, concreet en onafhankelijk van instrument of kwaliteitsborger. Daar wil de overheid echter niets van weten. Een ander punt is dat bouwers slechts indirect, via de aanpassing van het Burgerlijk Wetboek, worden aangespoord tot betere kwaliteitsborging. Voor bouwers komt er geen directe verplichting om aantoonbaar te maken dat bouwwerken aan de voorschriften voldoen. Wat bouwers wel of niet gaan doen staat in beginsel los van de taak van kwaliteitsborgers. Nu weten we dat diverse instrumenten in wording gaan leunen op wat de bouwers aantoonbaar gaan maken dus is het niet zo dat er geen enkele relatie is. Het cruciale punt is dat bouwers, instrumenten en kwaliteitsborgers een bepaalde mate van vrijheid hebben / krijgen waardoor het aantoonbaar voldoen aan de voorschriften geen exacte wetenschap is. Door weg te blijven van een standaard en bouwers niet direct te houden aan het aantoonbaar voldoen proberen we ook niet om zo dicht mogelijk richting eenduidig objectief, de bijna exacte wetenschap, te komen. Het is wat het is.

Welnu, is dat een probleem? Is de ambitie dat het beter kan en moet, dan zeg ik “Nee, het is geen probleem. Met de huidige opzet van het wetsvoorstel is aannemelijk dat we beter af zullen zijn.” Is dit het best haalbare? “Nee, nog los van de beperkingen dat er geen standaard is en de bouwers slechts indirect worden aangespoord om met kwaliteitsborging aan de slag te gaan, is het verstandig op voorhand kritisch te kijken naar de werking van het nieuwe stelsel om tot het best haalbare te komen.

Misschien zijn er nog wat medestanders die inzetten op het best haalbare en gaan de pilots alsnog met spoed op de onderzoekstafel.

 

Aanvulling d.d. 16-06-2016:
In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel onder 3.2. pagina 22 is de beoogde personele bezetting van de toelatingsorganisatie beschreven:
“Op het uitvoerende niveau bestaat de bezetting uit deskundigen met kennis op de verschillende terreinen van de bouwtechnische voorschriften en op het gebied van onafhankelijke toelating en toetsing.”

Primair beoogde bezetting is, voor zover mij bekend!, gebaseerd op functionarissen van het ministerie. Dit zijn per definitie geen mensen uit het vak … vandaar de gekozen bewoordingen. Toch even de aanvulling omdat ik door kwartiermaker Hajé van Egmond ben gewezen op het uitgangspunt dat het wel de bedoeling is dat mensen uit het vak in de toelatingsorganisatie zitting nemen. Voor mij is het hiermee nog diffuus. Het heeft verder geen invloed op de boodschap van de blog dat we nu, in het wegen van het beoogde stelsel, pilots inhoudelijk objectief en deskundig moeten bekijken en dat die informatie ook publiekelijk wordt gemaakt om tot het best haalbare te komen.