Instortingsgevaar: de haai en mug

Instortingsgevaar lijkt het hoofdthema als het over kwaliteit in de bouw gaat. De beoogde stelselwijziging krijgt publieke aandacht als iemand het woord ‘instortingsgevaar’ in de mond neemt.

Het is een beetje zoals met de witte haai en de mug. Het aantal dodelijke aanvallen van haaien wereldwijd kun je op je vingers en tenen tellen. Wat nagenoeg niemand weet is dat de mug killer nummer 1 is in het verspreiden van dodelijke ziektes. Per jaar gaan hier meer dan 2 miljoen mensen aan dood.

We horen nooit op het nieuws dat er weer een gevaarlijke mug is gesignaleerd.

Hoeveel keer per jaar stort er in Nederland een bouwwerk in? Is dat dagelijks, wekelijks? Probeer dat te duiden in relatie tot het aantal vergunningen en de bouwproductie. Gaat u op zoek naar statistieken dan wordt het ingewikkeld. Er zijn meldpunten bedacht en zelfs pilots om gemeenten en bouwers tot hogere bewustwording te brengen. Hebben we een incident gehad dan ebt de aandacht voor het thema snel weer weg. Het zijn incidenten.

Het klopt, ieder incident is er 1 teveel. En ja, veiligheid is het meest belangrijke.

Hebben we het over kwaliteitsborging binnen de bouw dan is het goed onderscheid te maken tussen zaken in de categorie haai en die in de categorie mug. De ‘mug’ komt overal voor, op iedere bouwplaats.

Het aantoonbaar voldoen aan de wettelijke voorschriften blijkt is de praktijk nog niet zo eenvoudig. Ook op werken die onder garantie worden gebouwd gaat het structureel mis. Het gebeurt in het klein en in het groot. Zonder de vereiste aandacht worden inferieure gebouwen gerealiseerd. Dat gaat niet veranderen met producten die regelen dat je bepaalde gebreken, die je zelf als consument moet gaan constateren, verholpen krijgt.

In de meeste gevallen weet of ziet de consument helemaal niets van inferieure kwaliteit. Is het dan wel ok? Natuurlijk niet. Inferieure kwaliteit, het niet voldoen aan de wettelijke voorschriften, is niet ok.

In de meest ideale situatie levert de bouwer zelf aantoonbare kwaliteit en wordt dit door een onafhankelijke deskundige partij getoetst. Onze minister heeft er niet voor gekozen de bouwer te gaan verplichten aantoonbare kwaliteit te leveren. Het beoogde stelsel is gericht op controle door private kwaliteitsborgers die moeten gaan kijken wat de bouwer maakt en vervolgens verklaren dat het werk voldoet bij oplevering.

Het is geen wedstrijdje wie beter is in het borgen van kwaliteit, de gemeente of private partijen. Beiden kunnen het. Het gaat er dan ook om het zo goed mogelijk te organiseren.