Controleer mij alstublieft

Er is geen bouwer die ’s ochtends bedenkt “Laat ik er vandaag maar eens een puinhoop van maken”. Tenminste … ik denk niet er zo’n bouwer is. Toch ontstaan er fouten en laat kwaliteit vaak te wensen over.

De redenen voor het ontstaan van fouten en gebrekkige kwaliteit zijn voor de bouwconsument irrelevant. Het wordt niet ineens acceptabel als we weten hoe het komt.

 

Slim is prima

Een bouwer probeert het bouwproces zo goed mogelijk te managen, logisch. Hij zal zijn best doen het slim aan te pakken. Slimme inkoop van materialen, slimme inzet van onderaannemers, optimalisatie, kunnen we dit niet zus of zo doen want dat is eenvoudiger en daar besparen we mee. Hij heeft veel mogelijkheden in de categorie slim. Op zich is dit prima.

 

Van slim naar sluw

De lijn tussen slim en sluw is niet duidelijk. Die twee liggen dicht bij elkaar. Het wordt twijfelachtig als de bouwer weet of moet weten dat het bouwwerk (waarschijnlijk) niet meer voldoet bij een bepaalde aanpak, als hij zelf niet voldoende waakt over de kwaliteit, hij geen onafhankelijke controle wenst, hij kiest voor “Dat lossen we straks wel op als iemand het ziet” … enz. In het gebied tussen slim en sluw zit veel waar je vraagtekens bij kunt plaatsen.

 

Controleer mij alstublieft

Is de bouwer overtuigd dat zijn werk voldoet dan laat hij zich graag door een onafhankelijke kwaliteitsborger controleren, die zal dan immers bevestigen dat het piekfijn in orde is … toch? Die bevestiging geeft de hoogst mogelijke vorm van vertrouwen. Sta je als bouwer voor je product dan wil je dat die kwaliteitsborger komt kijken om mogelijke twijfel weg te nemen zou je zeggen. “Kom bij mij kijken … graag zelfs … je mag alles zien …” Maar zo werkt het niet. Er zijn weinig bouwers die om een dergelijke controle staan te springen.

 

Gewaarborgde kwaliteit?

Naar aanleiding van het experiment private kwaliteitsborging Den Haag heeft Bouwend Nederland gemeld dat er “bij alle (toekomstige) bewoners geen twijfels mogen bestaan over het feit dat we als bouwsector gewaarborgde kwaliteit leveren”. Het is een opmerkelijke uitspraak omdat nog voor het experiment duidelijk was dat de kwaliteit van opgeleverde woningen niet voldoet, dit is immers één van de redenen voor het experiment. Of de woningen binnen het experiment feitelijk voldoen weten we vooralsnog niet.

Om iets het predicaat feit te kunnen geven moet het met objectieve waarneming worden vastgesteld en getoetst. Voor je eigen werk kun je zelf, per definitie!, geen feitelijke kwaliteit vaststellen. Dat zal toch echt objectief met toetsing moeten gebeuren.

Die objectieve toetsing is er vooralsnog niet.

 

Feiten in plaats van meningen

Het zou verstandig zijn om het meer over feiten te hebben en minder over meningen. Ook nog even zonder de Wet kwaliteitsborging moet aan de voorschriften worden voldaan. Zoals gezegd, feiten vaststellen doe je met objectieve toetsing. Ga dat dan ook doen.

Bouwer laat zien dat je werk voldoet en laat het objectief vaststellen.