Rondetafelgesprek: de nabeschouwing

Heeft u iets gemist of is er iets voorbij gekomen wat mogelijk relevant is voor de koers met Kwaliteitsborging? Mmm … nee niet echt.

Het was vooral standpunten die al schriftelijk kenbaar zijn gemaakt nog even mondeling toelichten. Daar gingen de vragen van Kamerleden dan ook over.

Ik had echt een ander idee bij een rondetafelgesprek. Ik had een dialoog, een inhoudelijk gesprek, verwacht. Het werd dus herkauwen van wat al bekend is. Bij de vragen op toelichtingen kwamen een paar opmerkelijke, en voor mij tenenkrommende, zaken voorbij.

Onderstaand heb ik een paar van dit soort puntjes uitgeschreven.

De waarborgmensen komen vol trots vertellen dat er het afgelopen jaar nagenoeg geen zaken met betrekking tot gebreken na oplevering zijn gemeld. Bij BouwGarant was het aantal zelfs op één hand te tellen als ik het goed heb gehoord. Er werd nog even een poging ondernomen dit te duiden in relatie tot het absurde cijfer aan faalkosten in de bouw maar dat was een dood spoor. Het opmerkelijke is dat de ‘dreiging’ van claims als gevolg van de verzwaarde aansprakelijkheid voor gebreken na oplevering, dé prikkel voor bouwers moet zijn om kwaliteit goed te gaan organiseren. Ik kan me niet voorstellen dat bouwers nu ineens wakker worden en uit bed springen na de bevestiging dat nagenoeg niemand in de woningbouw na oplevering een gebrek claimt. Op één vrijdag wordt er op de bouw waarschijnlijk meer geld aan de vette hap besteed dan dat we aan gebrekenclaims per jaar hebben. Die gebreken zijn er overigens wel degelijk. Er zijn dossiers genoeg waar dit uit blijkt. De particuliere bouwconsument, als leek, kan en gaat die gebreken meestal niet meer ontdekken. De score aan claims zegt natuurlijk helemaal niets over de feitelijke kwaliteit.

Bouwend Nederland gaf aan dat het niet eerlijk is de bouwer alle problemen met kwaliteit aan te rekenen. Dit werd gemotiveerd met een voorbeeld. Vaak heb je als bouwer maar 6 tot 8 weken om in te schrijven op een werk waar andere partijen misschien al wel twee jaar mee bezig zijn. Albert de Vries gaf terecht aan “Daar bent u zelf bij en daar kiest u toch voor?” Dat zag Bouwend Nederland toch echt anders. Wonderlijk, want het is gelukkig nog steeds zo dat iedereen verantwoordelijk is en blijft voor zijn werkzaamheden. Dit geldt dus ook voor de mannen en vrouwen die het in de voorbereiding niet goed hebben gedaan. De druk bij inschrijvingen is een feit. Dit mag echter niet als excuus worden gebruikt om niet aan de voorschriften te kunnen voldoen.

De onderzoeker aan tafel gaf nogmaals aan dat we blijkbaar nog onvoldoende helder hebben waar het feitelijk om gaat. Het gaat met de beoogde wet vooral om de risico’s en niet of iets mooi gaat worden of ergens anders aan gaat voldoen. Dat puntje vind ik wezenlijk. In vragen over het wetsvoorstel merk ik dat veel mensen moeite hebben te bevatten waar het exact op ziet en daarmee wat allemaal dus niet. Het gaat alleen over het voldoen aan de voorschriften.

VNG had het punt dat onduidelijk is hoe taken op elkaar aansluiten. Ook werd aan de bel getrokken over hoe dit procedureel allemaal moet gaan verlopen, hoe dit beheersbaar wordt gemaakt, de ict. Tja, overheid en ict. Ik denk dat ze op het juiste spoor zitten. Er komt straks een stuwmeer aan informatie uit verschillende hoeken en gaten. Dat managen zal een hele klus worden. Dat mag best hoog op het lijstje van te doen komen. Dat straks gaan bedenken, als we aan de slag moeten, is te laat.

Vaker kwamen de pilots Den Haag en Zeeburgereiland voorbij. De ene keer om te benadrukken dat er veel nog niet goed gaat, de andere keer om te benadrukken dat we aan het leren zijn. Wat flarden informatie, vooral uit de media napapegaaien, voegt niets toe. Als je het er toch over wil hebben zorg dan dat het inhoud heeft.

Ook werd ons voorgehouden dat de bouw nog niet in staat is het goed te organiseren. Wat zeg je me nou? Veel partijen wachten eerst maar eens af of de wet er wel komt en investeren hier op dit moment nog niet in, was de motivatie. Jeetje, je zegt dus eigenlijk dat het voldoen aan de voorschriften nog niet goed kan worden geregeld, dat je daar niet aan kunt voldoen? Ik vind het bizar.

Voor mij was de meest waardevolle bijdrage die van de brandweer. De brandweer benadrukt de vereiste integrale benadering. Een bouwwerk wordt niet gerealiseerd voor een moment, voor een consument op dat moment. Een bouwwerk moet op termijn blijven voldoen. Het voldoen tijdens de bouw en bij oplevering kan niet los worden gezien van alles daarna, het gaat ooit over op een andere gebruiker of gebruikers, je hebt ook nog eens met je omgeving te maken. De wet Kwaliteitsborging voorziet hier niet in. Zeer terecht wordt hier aandacht voor gevraagd, vooraf bedenken hoe dit alles in elkaar past en moet gaan functioneren is uiteraard een must.

Op BWTinfo staat een fraai verslag van het rondetafelgesprek. Aan het eind hiervan wordt aangegeven hoe het volgens VBWTN allemaal stukken eenvoudiger kan. Kernpunt is dat de verantwoordelijkheid van de bouwer invulling moet krijgen. Hij gaat, conform dit idee, aantoonbaar aan de voorschriften voldoen. Dit is exact waar het om draait. Wordt hier in voorzien dan wordt het simpel. Over hoe hier toezicht op wordt gehouden en door wie is dan stap twee en stukken minder spannend dan nu bedacht. In mijn recente blogs kom ik keer op keer op dit punt: regel dat de verantwoordelijkheid van bouwers inhoud krijgt in plaats van indirect dingen te gaan organiseren om achter bouwers aan te hollen. Het is de meer volwassen benadering: spreek iemand direct aan op wat er van hem of haar wordt verwacht.

In lijn met de beeldspraak van VBWTN – zijwieltjes en pamperen – is het goed dit nog eens te verduidelijken met een ‘leuk’ voorbeeld.

Stel je wil gaan regelen dat je kinderen de spinazie opeten. Dan kun je de navolgende regel invoeren: het is verboden om niet je groenten op te eten. Over die verantwoordelijkheid regel ik verder niets met je. Dat moet genoeg zijn. Wat ik wel doe is een specialist inhuren die jou met een goedgekeurd instrument gaat controleren, dat het een specialist is ga ik regelen met eisen die ik aan de specialist en zijn instrument stel. Dat het instrument, de specialist en de controle ook inderdaad werkt/werken ga ik ook nog eens controleren. Oh ja, bij het overtreden van het verbod heb ik wat straf voor je in petto. Dus … ga je gang. Zou het niet stukken handiger zijn je kind gewoon te vertellen “Eet je spinazie op en laat straks je bordje even zien.”

Henry de Roo weet het rondetafelgesprek aardig samen te vatten op twitter: