Tunnelvisie en bespiegelingen

Kwartiermaker Gert-Jan van Leeuwen voelt zich in een spagaat omtrent de stellingname van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland  over het wetsvoorstel kwaliteitsborging (Wkb) en zijn rol als kwartiermaker. Op Omgevingsweb lezen we zijn spagaat “probleem”.

Het stuk van Gert-Jan is een soort bespiegeling op het artikel van Petra Oosterbosch, secretaris van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland.

Petra is van mening dat de bouwer in de eerste plaats zelf moet aantonen dat een bouwwerk aan de voorschriften voldoet. Dit maakt dat externe controle een stuk eenvoudiger kan plus, belangrijker, dat de bouwer ook inhoudelijk verantwoordelijk wordt. Petra heeft het in mijn ogen 100% bij het juiste eind. Dit is niet geheel nieuw overigens. Ook ondergetekende heeft hier al herhaaldelijk gemotiveerd over geschreven.

Uit de spagaat van Gert-Jan maak je op dat een route die afwijkt van het huidige plan eigenlijk not done is. Aan wie moet de bouwer iets aantonen is zijn vraag? Nu iets wijzigen aan het wetsvoorstel doet in zijn ogen afbreuk aan al het vele werk wat is verzet in de wording van een nieuw stelsel.

Tja … wat moet je er mee?

We hebben een wetsvoorstel met bepaalde uitgangspunten. Daar nu substantieel aan sleutelen vergroot de kans dat het hele verhaal van tafel gaat. Wordt er nu wettelijk niets gedaan dan gaat het als idee over naar de volgende regeerperiode. Als we straks een andere minister krijgen is het maar de vraag of die het dossier na de zoveelste poging gaat oppakken en ook tot iets gaat brengen. Een ander punt is dat het huidige wetsvoorstel nagenoeg niemand echt interesseert. Het is ook een lastig gebeuren omdat het bar weinig emotie oproept en het politiek niet sexy is.

Inhoudelijke verantwoordelijkheid

In de huidige opzet heeft de bouwer nog steeds geen inhoudelijke verantwoordelijkheid op het gebied van kwaliteit of het voldoen aan de voorschriften. De Wkb gaat enkel over de switch in de externe controle, van gemeentelijk toezicht naar private partijen. Dat gaat weliswaar over wat de bouwer doet, echter, de bouwer zelf heeft hier geen taak in. Die komt in de wet helemaal niet voor. De beoogde wijziging in de aansprakelijkheid (Burgerlijk Wetboek) moet bouwers aanzetten tot beter. De bouwer is straks aansprakelijk voor gebreken na oplevering tenzij hij kan aantonen dat het niet aan hem ligt.

Nog voor iemand zover is dat hij de bouwer er bij de haren bij gaat slepen ligt de oplevering al ver achter ons. Externe kwaliteitsborgers kunnen en gaan niet alles controleren. Die beperking wordt ook onderkend door de wetgever anders zouden we überhaupt de achtervang van de verzwaarde aansprakelijkheid, voor de zaken die er door kunnen glippen, niet nodig hebben.

Of een gebrek ooit wordt ontdekt is nog maar de vraag. Wordt er onverhoopt wel iets ontdekt dan moeten we afwachten of de bouwer bereid is het te herstellen, het mogelijk via een garantie wordt “geregeld” of via de rechter die herstel gaat gelasten. Een nieuw stelsel moet nu juist de garantie bieden dat bouwwerken voldoen. In de huidige opzet hebben en houden we de nodige mitsen en maren.

Niemand heeft nog objectief naar de rol van de waarborginstellingen gekeken om zich een beeld te vormen over dat deel “consumentenbescherming”. Hoe werkt dat in de praktijk eigenlijk? Is er een gebrek na oplevering dan begint het getouwtrek met de bouwer. Dan kun je om te beginnen de waarborginstelling vragen te bemiddelen. Reken daar 3 maanden voor. Lost dit niets op dan is de volgende stap de kwestie aan de geschillencommissie voorleggen. Daar mag je 9 maanden voor uittrekken. Die keuze, het de geschillencommissie voorleggen, is nogal bepalend voor het verdere verloop want een uitspraak van de commissie is bindend. Alleen bij de route rechter kun je in beroep gaan tegen een uitspraak. Ook indien het gebrek door de geschillencommissie wordt onderkend is nog niet geregeld dat het ook daadwerkelijk wordt hersteld. De commissie kan besluiten om het met wat centjes af te doen. Dat is natuurlijk best mal. Het is wel de praktijk. Wordt er voor gekozen om een probleem aan de rechter voor te leggen kan het vele jaren duren voordat er duidelijkheid komt.

Onder het beoogde nieuwe stelsel moet het makkelijker worden om de bouwer aansprakelijk te stellen voor gebreken na oplevering. Wat daar niet bij wordt verteld is dat je wel gemotiveerd moet “stellen”, experts in moet huren, rapporten moet laten maken enz. Wellicht dat rechtsbijstand de kosten van de advocaat dekt, die kosten zijn echter slechts een deel van de rekening.

Ik behandel meerdere slepende dossiers over gebreken, dikke ordners vol met spannende brieven en rapporten. Procedureel is het meestal een uitputtingsslag. Vaak haken mensen af, is men er gewoon helemaal klaar mee, het kost teveel en zo zijn er nog meer redenen. Dat zal met de fraaie nieuwe mogelijkheid om de bouwer aansprakelijk te stellen niet anders worden.

Wil je dat iemand zijn verantwoordelijkheid neemt dan zul je hem ook verantwoordelijk moeten maken. Dat is wat anders dan een verbod – bouwen in strijd met de wet – en aansprakelijkheid voor als t.z.t. mocht blijken dat er een toerekenbare fout kan worden bewezen.

Hoe dan wel?

In lijn met wat Petra voorstelt dient de bouwer in de eerste plaats zelf aantoonbaar te maken dat zijn werk voldoet. Om discussie over het hoe en wat te voorkomen moet daar een standaard voor zijn. Die standaard beschrijft minimaal de aspecten waar het bewijs van moet worden geleverd. Een externe toezichthouder kan hier op controleren. Of er nu wel of geen controle plaatsvindt, het ontslaat de bouwer niet van zijn verantwoordelijkheid.

Ontbreekt een deugdelijk dossier, ontbreekt bewijs, dan mag een bouwwerk niet in gebruik worden genomen. Met inhoudelijke verantwoordelijkheid van de bouwer voor het aantoonbaar voldoen aan de bouwvoorschriften breng je ook de eisen op het gebied van kennis en permanente educatie naar de juiste plek. Daar moet de bouwer over beschikken.

Neem even een stapje terug

Gebaseerd op het wetsvoorstel worden er eisen gesteld aan externe controle op het bouwen conform de voorschriften, dat moet straks met een goedgekeurd instrument, daar waakt een toelatingsorganisatie over, maar ook instrumentbeheerders, externe kwaliteitsborgers moeten aan bepaalde eisen voldoen, opleiding, ervaring, permanente educatie en wellicht nog meer. De bouwer daarentegen, de partij die het werk moet maken, hoeft wettelijk niet aantoonbaar aan iets te voldoen, hij hoeft niets aan kwaliteitsborging te doen, hij hoeft geen kennis en kunde op het gebied van het voldoen aan de bouwvoorschriften te hebben. Samengevat geldt enkel dat hij wettelijk niet in strijd met de wet mag bouwen, hij straks aansprakelijk is voor gebreken die hem kunnen worden aangerekend, en hij door een private partij wordt gecontroleerd op het voldoen aan de bouwvoorschriften.

Ik geloof niet dat ik mijn zoon van 15 echt ga aanzetten tot betere prestaties op school met extra controle en de dreiging dat als er ondanks mijn deskundige controle nog slecht gescoord gaat worden hij een “sanctie”, bijvoorbeeld de Playstation het raam uit, mag verwachten. Die extra controle zal zeker wat doen maar is eigenlijk niet de juiste weg. Er is niets mis met controle maar het begint natuurlijk met inhoudelijke verantwoordelijkheid bij wie iets correct moet doen.

Tot slot

Een spagaat, mits vakkundig uitgevoerd, is best mooi.