Wet kwaliteitsborging: plussen en minnen

De geplande plenaire behandeling in de Tweede Kamer staat nu op week 51 (van 2016). Misschien heeft u zelf al eens de plussen en minnen op een rijtje gezet. Onderstaand het rijtje zoals ik het zie.

Plussen

  1. Het huidige stelsel van controle op de voorschriften functioneert onder de maat. Private kwaliteitsborging is een verbetering.
  2. De aandacht voor kwaliteit in de bouw zal een positief effect hebben. Het zal doorwerken in contracten, regelingen, opleidingen, de ontwikkeling van tools enz. Het wordt meer business, een stimulans voor innovatie.

Minnen

  1. De structuur van het nieuwe stelsel is redelijk complex. Er komt een wet, een toelatingsorganisatie, er komen instrumentbeheerders, instrumenten, kwaliteitsborgers. Diverse zaken worden nader, met een algemene maatregel van bestuur of regeling, bepaald. Het is al met al een behoorlijke kerstboom gericht op de werkwijze van controle op voorschriften en de eisen die hier aan worden gesteld.
  2. De wet staat op zichzelf. Er is geen relatie met het voldoen van bouwwerken op termijn.
  3. De bouwer heeft geen inhoudelijke verantwoordelijkheid. Onderstaand leg ik dit uit.
  4. Diverse aspecten relevant voor het functioneren van de wet zijn vooralsnog onduidelijk. Die aspecten zijn relevant voor het zorgvuldig kunnen wegen (door onze Kamerleden).
  5. Onafhankelijkheid is niet optimaal. Private kwaliteitsborging is een commerciële activiteit waarbij belangen kunnen gaan wringen. Een overheidsdienst heeft geen commercieel belang en biedt de meest optimale onafhankelijkheid.
  6. De verzekerde garantie, van toepassing op een substantieel deel van nieuwbouwwoningen, heeft een belangrijke rol in het politiek wegen van het wetsvoorstel. Het voldoen aan de voorschriften moet onafhankelijk van een garantie of verzekering gelden. Dit is een principieel punt. Het zou fundamenteel fout zijn hier onderscheid in te maken. Dit onderscheid ontstaat nu: waarborginstellingen mogen zelf het voldoen aan de voorschriften van hun klanten, de bouwers, gaan controleren. Hiermee wordt niet voldaan aan het vereiste van optimale (best haalbare) onafhankelijkheid.
  7. De beoogde aanpassing van het Burgerlijk Wetboek (BW 7:758 lid 4), samengevat “De bouwer is straks aansprakelijk voor gebreken die hem kunnen worden aangerekend” moet bouwers aanzetten om kwaliteitsborging te gaan regelen of te verbeteren. De indirecte werking van dit artikel en het feit dat bouwers wettelijk niet verplicht zijn om aantoonbaar aan de voorschriften te voldoen, maakt een inschatting of en in welke mate deze prikkel effect zal hebben lastig. Ervaring met aansprakelijkheidsvraagstukken onder het huidige regime, zaken over goed en deugdelijk werk, contract, garantie, het niet voldoen aan de voorschriften, leert ons dat het vaak moeizame, kostbare en frustrerende trajecten zijn met een ongewisse uitkomst. De beoogde aanpassing van het Burgerlijk Wetboek wekt de verwachting dat het straks allemaal stukken eenvoudiger is: is er na oplevering nog een gebrek, iets wat de bouwer kan worden aangerekend, dan draait hij daar standaard voor op. Zo simpel zal het in de praktijk niet zijn. De intentie van een achtervang, iets regelen voor gebreken na oplevering, is heel goed. Belangrijker is echter kwaliteitsborging in het nieuwe stelsel zo te organiseren dat de kans op een gebrek zo minimaal mogelijk is. Dat goed organiseren doe je bij voorkeur aan de voorkant, bij de bouwer zelf. Daar voorziet het wetsvoorstel niet in. Het is mijn inschatting dat een substantieel aantal kleine en middelgrote bouwers betrekkelijk weinig of niets aan de kwaliteitsborging gaat verbeteren. Het risico dat er mogelijk wat gebreken moeten worden opgelost wordt nu maar ook straks ingecalculeerd.
  8. Handhaving wringt. Bevoegd gezag wordt afhankelijk van private partijen voor signalering van zaken die voor handhaving in aanmerking komen.
  9. Het effect op het functioneren van de totale bouwketen is naar verwachting beperkt. De wording van de wet heeft stakeholders tot op heden niet meer bij elkaar gebracht om gezamenlijk, met elkaar, structureel te werken aan verbetering van kwaliteit. Er is geen gezamenlijke visie of ontwikkeling met betrekking tot kwaliteit ontstaan.

Meer over het gebrek aan inhoudelijke verantwoordelijkheid

De eigenaar / gebruiker van een bouwwerk heeft een inhoudelijke verantwoordelijkheid bij bouwwerken van een bepaald “kaliber”, de bouwwerken waarbij verplichtingen gelden als gevolg van een bepaald risico. Hij moet zaken aantoonbaar maken voor de diverse instanties die kunnen komen controleren. Zo moet hij de cv periodiek door een gecertificeerde onderneming laten controleren, dat moet vastliggen. Hij moet de koelinstallatie laten controleren, dat moet vastliggen. Hij moet zaken organiseren voor legionellapreventie, dat moet vastliggen. De blusmiddelen moeten op orde zijn, dat moet vastliggen enz. enz. Zo zijn er de nodige regels die gaan over aantoonbaar voldoen, zaken die de eigenaar / gebruiker, gebaseerd op een inhoudelijke verantwoordelijkheid, aantoonbaar moet maken aan de controlerende instanties.

Bij het bouwen is het anders. De bouwer moet zich aan de voorschriften houden. Hij hoeft dit echter niet aantoonbaar te maken. Er is geen verplichting om te laten zien dat hier aan is voldaan. De controle op het voldoen aan de voorschriften gebeurt door een externe partij, op dit moment de gemeente. Is de beoogde Wet kwaliteitsborging voor het bouwen van kracht dan zal een private partij deze controle gaan uitvoeren.

Het verschil in het wel of niet aantoonbaar voldoen aan de voorschriften, bij bouwen in contrast met gebruik, is kenmerkend. Het zou beter zijn als ook de bouwer wettelijk gehouden is aantoonbaar te maken dat aan de voorschriften is voldaan. Dit geeft de verantwoordelijkheid van bouwers (niet bouwen in strijd met de voorschriften) inhoud en biedt mogelijkheden om naleving relatief eenvoudig te controleren. Het huidige wetsvoorstel biedt bouwers de mogelijkheid niets of onvoldoende aan kwaliteitsborging te organiseren. Die keuzevrijheid acht ik minder wenselijk.


Onderstaand een weergave van voor- en nadelen voor bouwbedrijven, uit een recente presentatie van Bob Gieskens van VNconstructeurs. Een lijstje gevolgen voor de bouwpraktijk:

 

Ik wil aannemen dat de beoogde wet politiek het best haalbare is.