Het effect van de verzwaarde aansprakelijkheid voor gebreken

De wetgever is van mening dat de verzwaarde aansprakelijkheid er voor gaat zorgen dat aannemers serieus met kwaliteitsborging aan de slag zullen gaan. Is dit ook zo en zo ja, in welke mate? Is er onderzoek waar dit uit blijkt?

Op 12 januari 2015 heeft het instituut voor bouwrecht een onderzoek met betrekking tot klachten en geschillen bij het bouwen gepubliceerd. Over de periode 2013 zijn in totaal 513 uitspraken van de Raad van Arbitrage, 97 uitspraken van de overheidsrechter en 58 uitspraken van de Geschillencommissie onderzocht. Dit is dan ook gelijk het enige recente onafhankelijke onderzoek relevant voor het inschatten van het effect van de verzwaarde aansprakelijkheid.

Er is straks – voor de behandeling – geen verschil tussen verborgen of zichtbare gebreken. Kan een gebrek de aannemer worden aangerekend dan is hij hier voor aansprakelijk. Onder het huidige stelsel is de aannemer na oplevering niet langer aansprakelijk voor zichtbare gebreken, enkel de verborgen gebreken kunnen hem mogelijk worden aangerekend.

Volgens het onderzoek is 42,1% van de gebreken verborgen en 57,9% zichtbaar. Bij in totaal 2.234 fysieke gebreken speelde de verborgenheidsvraag 164 keer. Van die 164 werd in 69 gevallen geoordeeld dat het een verborgen gebrek betrof en 95 keer een zichtbaar gebrek.

Omdat de gewijzigde aansprakelijkheid maar in betrekkelijk weinig gevallen voor de opdrachtgever een verbetering zal opleveren vragen de onderzoekers zich af of het wel de moeite waard is om de wet te wijzigen. Voor aannemers is het effect, getalsmatig bekeken, beperkt. Dit is dan ook gelijk de meest belangrijke conclusie voor het inschatten van het effect. De onderzoekers wijzen er op dat we de cijfers niet moeten verabsoluteren mede gelet op het feit dat er ook andere redenen zijn om de wet te wijzigen.

Gebaseerd op het onderzoek is het redelijk te stellen dat het effect van de verzwaarde aansprakelijkheid zeer betrekkelijk zal zijn.

Onderstaand citaat uit het onderzoek acht ik zeer relevant:

“De totale bouwproductie (het totaal aantal bouwprojecten) overtreft het aantal bouwprojecten waarbij partijen naar de rechter of de arbiter stappen vele malen. Men zou kunnen zeggen: wat leren 668 uitspraken waarbij aannemingsgeschillen voorgelegd zijn rechters en arbiters voor de vraag of het zinvol is om de aansprakelijkheid na oplevering anders te regelen?

Die redenering is tot op zekere hoogte juist: rechtspraak biedt immers altijd maar een beeld van een deel van de werkelijkheid en dan nog wel een atypisch beeld, namelijk van dat deel van de maatschappelijke werkelijkheid waar iets mis ging en waar de moeite genomen werd om een gerechtelijke procedure te starten. Aangenomen dient te worden, dat de werkelijkheid, die niet uit een rechtspraakonderzoek naar voren komt, zo is dat in veel meer bouwprojecten iets mis gaat, maar dat om een veelheid van redenen niet de stap naar de rechter of arbiter wordt gezet. Wat van dat laatste zij: vast staat dat in 668 gevallen wel een procedure is gestart.”


In het Tweede Kamer debat van 18 januari 2017 gaf minister Blok, met betrekking tot het thema verzekeren, kort uitleg over het effect van het Franse systeem:

“Frankrijk schijnt een systeem te hebben met een verplichte verzekering, dat als bijeffect heeft dat de aannemer, omdat hij weet dat de rekening toch over allerlei andere aannemers wordt uitgesmeerd, minder scherp is als het gaat om kwaliteit.”

De vraag dringt zich op of wij het Franse effect niet oproepen met private kwaliteitsborging. De aannemer weet immers dat hij straks intensiever wordt gecontroleerd. Is die controle voor hem dan niet meer dan genoeg, wetende dat het effect van de aansprakelijkheid in de praktijk beperkt zal zijn? Waarom dan zelf ook nog eens tijd en geld investeren in het professionaliseren van kwaliteitsborging?

Een aannemer die wel de eigen kwaliteitsborging gaat verbeteren heeft geen garantie dat hij daarmee aansprakelijkheid buiten de deur houdt. Het zal in veel gevallen dan ook een afweging van kosten zijn, aan de voorkant tijd en geld besteden of het risico, zoals ook nu het geval met de verborgen gebreken, nemen, wetende dat veel zaken over gebreken nooit aanhangig worden gemaakt of stranden.

Relevant voor het thema zijn mijn eerdere blogs “Fast track bij gebreken aan bouwwerken” en “De bouw snapt de consument heel goed” en dan in het bijzonder het deel over inhoudelijke verantwoordelijkheid.


Hoe vaak is aansprakelijkheid met betrekking tot gebreken of anders in het Tweede Kamer debat van 18 januari 2017 aan de orde gekomen?

  1. Minister Blok: 36 x
  2. Albert de Vries (PvdA): 28 x
  3. Ex aequo op de derde plaats met 6 x : De heer Van der Linde (VVD) | De heer Bashir (SP) | De heer Madlener (PVV)
  4. De heer Bisschop (SGP): 5 x
  5. De heer Ronnes (CDA): 4 x
  6. De heer Koolmees (D66): 0 x