Verbetering geschillenbeslechting

Minister Plasterk heeft tijdens het Tweede Kamerdebat op 16 februari 2016 de toezegging van zijn ambtsvoorganger Blok herhaald dat hij in overleg met de geschillencommissie zal bezien hoe de geschillenbeslechting en de bouwkundige expertise bij geschillenbeslechting kan worden verbeterd.

Mooi! Maar …

Het effect van aansprakelijkheid voor gebreken is afhankelijk van de werking van het stelsel van geschillenbeslechting. Dit betreft niet alleen de zaken die de geschillencommissie worden voorgelegd. Het betreft de mogelijkheden die de bouwconsument heeft voor geschillenbeslechting. Het onderzoek van instituut voor bouwrecht met betrekking tot klachten en geschillen bij het bouwen, een onderzoek van 12 januari 2015, geeft aan dat slechts een relatief gering aantal zaken de geschillencommissie, de raad van arbitrage of de rechter worden voorgelegd. Uit de bouwpraktijk is bekend dat het stelsel voor geschillenbeslechting een prohibitieve werking heeft. Er is geen reden aan te nemen dat deze situatie substantieel zal wijzigen als de verzwaarde aansprakelijkheid voor gebreken in de wet is doorgevoerd. Dit leidt tot de conclusie dat de wet weliswaar meer zekerheid gaat bieden maar onduidelijk is of de bouwconsument er iets mee opschiet.

De verzwaarde aansprakelijkheid moet een preventief effect opleveren. Aannemers moeten het zich aantrekken en de handelwijze hier op aanpassen. Het is dan ook aan de wetgever de beoogde verzwaarde aansprakelijkheid in samenhang met het stelsel voor geschillenbeslechting op nut en effectiviteit te beoordelen.

Het zou dienstbaar zijn als dit met een tijdgebonden actie gebeurt.