Het “stemmen” van instrumenten Kwaliteitsborging

Wat is een instrument voor kwaliteitsborging eigenlijk? Is het een hoop tekst, een apparaat met een stekker, wat?

Volgens de beoogde wet is een instrument voor kwaliteitsborging een beoordelingsmethodiek om te bepalen of een bouwwerk aan de voorschriften voldoet. Het moet voorzien in een integrale beoordeling van het bouwen.

Vooraf

Kwaliteit is het voldoen aan eisen die je vooraf stelt. Dit geldt natuurlijk ook voor onze aspirant instrumenten voor kwaliteitsborging.

Bij de wording van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen loopt het met de eisen die aan instrumenten worden gesteld net iets anders. Marktpartijen zijn aangespoord om instrumenten te ontwikkelen, wat ook gebeurt. Dit is echter zonder dat de eisen die hier aan worden gesteld bekend zijn. De eisen voor instrumenten komen gaandeweg, naar verwachting binnenkort. Dit is relevant omdat er verschillende verwachtingen over instrumenten zijn.

Ontwikkelingen

Diverse marktpartijen verzinnen nu dan ook zelf hoe het voldoen aan de voorschriften, wettelijke kwaliteitsborging, het beste kan worden gecontroleerd in de verwachting dat de ontwikkelde systematiek straks ook zal worden goedgekeurd. De invullingen zijn uiteenlopend. Wie doet wat, het hoe, de rollen, de wijze waarop controles worden uitgevoerd, hoe dwingend, of juist niet, de mate waarin een externe kwaliteitsborger zelf met eigen waarnemingen controleert, al deze zaken kunnen substantieel verschillen per instrument.

De externe controle op het werk van aannemers is uiteraard niet nieuw. Dit gebeurt dagelijks op veel werken. Met met name op de complexe bouwwerken is deze vorm van kwaliteitsbewaking min of meer standaard. De kunst is dan ook bekend evenals het gebruik van beoordelingsmethodieken. Nieuw is het wettelijk kader voor dit type werk.

De praktijk

Waar het bij kwaliteitsborging om draait is de controle, het toetsen, het meten. Het gaat er niet om dat je controleert maar het specifieke: wie, met welke deskundigheid, wat precies, op welke wijze controleert, waar bouwwerken situatiespecifiek aan moeten voldoen, welke aspecten je hiervoor bekijkt, beoordeelt, plus het bewijs dat het inderdaad voldoet.

De beoordelingen moeten feitelijk zijn. Willekeur en subjectiviteit in controles zijn uit den boze. Het bewijs moet worden geleverd en vastliggen. Daar rapporteer je over. Bij het beoordelen of aan de voorschriften is voldaan is het een ja of een nee. Het voldoet of het voldoet niet. Het gaat niet in rapportcijfers, bijna goed is nee.

Willekeur en subjectiviteit kunnen alleen worden uitgesloten met een dwingende methodiek, door controleaspecten vooraf te benoemen. Dit betekent onafhankelijk van de persoon, onafhankelijk van een subjectieve invulling. Met een dergelijke methodiek is dan ook bepaald wat je gaat controleren, wat de eisen zijn en hoe je het controleert. Om te kunnen garanderen dat het eenduidig gebeurt moeten er een aantal procedures worden gevolgd. Ook niet onbelangrijk is de deskundigheid van wie controleert en beoordeelt. De manier waarop deze zaken als systeem zijn geregeld is de beoordelingsmethodiek, een instrument voor kwaliteitsborging.

De beoordelingsmethodiek kan in tekst worden beschreven. Tegelijkertijd zal de te gebruiken techniek een cruciale rol gaan innemen. Met name software-applicaties kunnen voorzien in het hoe, de dwingende werkwijze, situatiespecifieke controleaspecten en eisen, het vastleggen van bewijs, rollen, de garantie op volledigheid, dossiervorming en communicatie over de werkzaamheden. Hiermee is de toe te passen techniek onderdeel van de beoordelingsmethodiek.

Kunnen er verschillende instrumenten met afwijkende beoordelingen komen en … kan het voorkomen dat er naar verschillende aspecten wordt gekeken?

Eigenlijk niet. Het voldoen aan de voorschriften is precies dat. Het kan niet zo zijn dat je met instrument A andere controleaspecten beoordeelt dan met instrument B. Als je een werk met alle (straks) goedgekeurde instrumenten zou laten beoordelen dan mag je verwachten dat je dezelfde uitkomst krijgt. Ook de controleaspecten zouden feitelijk hetzelfde moeten zijn.

Echter … bij gebrek aan een controlestandaard voor kwaliteitsborging als basis voor een uniforme beoordelingsmethodiek, onafhankelijk van een instrument, zullen er verschillen tussen instrumenten en daarmee beoordelingen gaan ontstaan.

Waar instrumenten precies aan moet voldoen, zeg maar het “stemmen”, zal nader worden geregeld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur en ministeriële regeling. Na de zomer van dit jaar zijn deze zaken naar verwachting op orde en kunnen instrumenten aan een beoordeling worden onderworpen.

Ieder instrument moet op toon zijn om de test door te komen. De beoordelingsmethodiek moet leiden tot het gerechtvaardigd vertrouwen dat bouwwerken aan de voorschriften voldoen.

De deskundige, een externe kwaliteitsborger, iemand die geen belang heeft bij de realisatie, zal met een instrument aan de slag gaan en er voor tekenen dat het werk aan de voorschriften voldoet.