Onafhankelijkheid kwaliteitsborger

Een kwaliteitsborger dient onafhankelijk te zijn. Het ontwerpbesluit kwaliteitsborging voor het bouwen geeft de regels hiervoor aan.

“Artikel 1.38 Onafhankelijkheid kwaliteitsborger

1. Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborging uitsluitend uitgevoerd wordt door een kwaliteitsborger die niet organisatorisch, financieel of juridisch betrokken is bij het betreffende bouwproject, tenzij deze betrokkenheid uitsluitend voortvloeit uit de overeenkomst tot het uitvoeren van de kwaliteitsborging.

2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het in het eerste lid bepaalde.”

In de nota van toelichting vinden we meer over de eis.

“Een kwaliteitsborger moet onafhankelijk zijn van de bouwwerkzaamheden waarvoor hij de kwaliteitsborging uitvoert. In het besluit is geregeld dat het instrument voor kwaliteitsborging moet voorschrijven dat hij geen enkel belang bij de uitvoering van de werkzaamheden mag hebben. Dit betekent dat de kwaliteitsborging niet mag worden uitgevoerd door een partij die betrokken is bij ontwerp, advisering, productie, levering, installatie, bouw of inkoop van (onderdelen van) het bouwproject waarop de kwaliteitsborging betrekking heeft. Een architect, adviseur, bouwer of een projectontwikkelaar kan geen kwaliteitsborger zijn in een project waar hij zelf direct of indirect ook bij het bouwproces is betrokken. Zoals hiervoor uiteengezet, kan een kwaliteitsborger bij bepaalde onderdelen van het bouwwerk rekening houden met de bedrijfsinterne kwaliteitscontroles van de aannemer. De kwaliteitsborger heeft dan minder werk, maar hij blijft zelf verantwoordelijk voor zijn eindoordeel dat het bouwwerk al dan niet voldoet aan de bouwtechnische voorschriften.”

Onafhankelijkheid betekent dat de kwaliteitsborger geen belang bij het projectresultaat mag hebben anders dan zijn opdracht om de wettelijke kwaliteitsborging te verzorgen.

Een gevolg is dat wettelijke kwaliteitsborging niet mag worden vermengd met andere vormen van controle, toezicht of bouwbegeleiding. Dergelijke dienstverlening is immers gerelateerd aan het projectresultaat. Zo mag de kwaliteitsborger niet ook gelijk maar even de controle op het voldoen aan het contract in zijn opdracht meenemen.

Gebaseerd op artikel 1.38 lid 1 mag er geen organisatorische gebondenheid zijn. Hieruit kunnen we concluderen dat een organisatie niet zowel de kwaliteitsborger alsook (een) andere functionaris(sen) ten behoeve van het project kan inzetten. Het is niet toegestaan om vanuit dezelfde organisatie verschillende rollen te gaan vervullen op hetzelfde bouwproject.

Zwanger of niet?

Worden de regels van vereiste onafhankelijkheid correct toegepast bij het toelaten van instrumenten en kwaliteitsborgers dan mogen waarborginstellingen, die opereren in opdracht van aannemers en onder andere financiële, juridische en technische risico’s binnen de woningbouw beoordelen en bewaken, niet zelf, vanuit de eigen organisatie, wettelijke kwaliteitsborging, gaan verzorgen. Een en ander geldt uiteraard niet alleen voor waarborginstellingen, het geldt voor alle organisaties die producten of diensten ten behoeve van een bouwproject leveren.

Er zijn geen gradaties van onafhankelijkheid. Het is net als met het zwanger zijn, je bent het of je bent het niet … toch?