Is de markt straks verantwoordelijk voor kwaliteitsborging?

Uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat de markt zelf de verantwoordelijkheid voor kwaliteitsborging in de bouw draagt en dat de overheid de kaders daarvoor stelt.

Binnen het nieuwe stelsel gaan private partijen controleren of het bouwen van een bouwwerk aan de technische voorschriften voldoet, een taak die nu door het gemeentelijk bouw- en woningtoezicht wordt uitgevoerd.

Wettelijk geen rol voor aannemers

Aannemers krijgen te maken met een verzwaring van de aansprakelijkheid. Er is straks – voor de behandeling – geen verschil tussen verborgen of zichtbare gebreken. Onder het nieuwe stelsel is de aannemer aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen. Onder het huidige stelsel is de aannemer na oplevering niet langer aansprakelijk voor zichtbare gebreken, enkel de verborgen gebreken kunnen hem mogelijk worden aangerekend. Deze verzwaring van de aansprakelijkheid is een prikkel aannemers aan te sporen kwaliteitsborging goed te organiseren. Het is echter geen verplichting.

Op het gebied van kwaliteit, het borgen, het aantoonbaar voldoen, zijn er voor  aannemers wettelijk geen taken of plichten. Hiermee heeft de aannemer wettelijk geen verantwoordelijkheid voor kwaliteitsborging.

Weet wat u krijgt

  • Wettelijk wordt ‘de bouw’ of ‘de markt’ niet zelf verantwoordelijk voor kwaliteitsborging. Die verantwoordelijkheid komt via de vergunninghouder bij externe kwaliteitsborgers.
  • De wet heeft een beperkte scope. Met betrekking tot kwaliteit regelt de wet enkel de controle op het voldoen aan de technische voorschriften, hoofdstukken 2 tot en met 6 van het Bouwbesluit.

In beweging

Veel aannemers hebben de kwaliteitsborging zelf natuurlijk al goed op orde. Met de verzwaring van de aansprakelijkheid in het vooruitzicht en de druk die externe kwaliteitsborging zal leggen, wordt er een tandje bijgezet.