Is bouwkwaliteit voor de overheid eigenlijk (nog) wel belangrijk?

In het commentaar op de blog “Voldoen aan de technische voorschriften nader beschouwd” zijn wat interessante vragen gesteld:

“Is de bouwkwaliteit voor de opdrachtgever, koper, eigenaar belangrijk? Zoja, waarom moet de overheid dit dan borgen? Zoja, waar is de urgentie? Zoja, waarom verankeren zij dit niet in hun opdrachtverstrekking? Zoja, waarom wordt het “vangnet” gebruikt als kwaliteitsborging? Zoja, waarom willen zij niet betalen voor borging?”

Het is evident dat als je kwaliteit belangrijk acht en je het ook gecontroleerd wil hebben, je bereid moet zijn de kosten, links- of rechtsom, hiervoor te dragen.

Echter, voor controle op minimale wettelijke kwaliteit, het voldoen aan de wettelijke voorschriften, betaalt de burger, ongeacht of hij het nodig acht. Er is wat dat betreft geen keuzevrijheid.

De overheid houdt toezicht op naleving van wetten en regels binnen de bouw. De kosten hiervoor worden via leges betaald. Bij een gedeeltelijke privatisering van gemeentelijk bouwtoezicht wijzigt een deeltaak van gemeenten: private partijen gaan controleren of een bouwwerk aan de voorschriften voldoet. Wat niet wijzigt is dat de overheid blijft waken over naleving van wetten en regels.

Diverse professionele opdrachtgever van met name complexe bouwwerken kiezen bewust voor kwaliteitsborging. Deze partijen leunen niet op gemeenten als vangnet voor controle. Er is controle door specialisten. Veel gemeenten vertrouwen op die inzet. Is kwaliteitsborging op deze wijze georganiseerd dan kun je daar als gemeente rekening mee houden.

Als opdrachtgever/vergunninghouder zelf kwaliteitsborging organiseren is een privaatrechtelijke aangelegenheid. Het staat los van publiekrecht. Het zelf organiseren betreft in nagenoeg alle gevallen kwaliteitsborging op meer dan enkel het voldoen aan de minimale wettelijke voorschriften. Lees hier meer over het werkveld private kwaliteitsborging.

“Is bouwkwaliteit voor de overheid eigenlijk (nog) wel belangrijk? Zo ja, waar is de urgentie?

De overheid heeft nu al vele jaren terug, gebaseerd op onderzoek en aanbevelingen, bepaald dat het beter kan en beter moet met bouwkwaliteit. Dat gaat verder dan enkel het voldoen aan de wettelijke voorschriften. De Wkb beoogt dan ook kwaliteit in brede zin te verbeteren.

Duidelijk is dat de bouw die verbetering uit eigener beweging, zonder een vorm van dwang, niet gaat regelen.

In de tien jaar werken aan een stelselwijziging is er betrekkelijk weinig aandacht voor het bestaande toezicht geweest. Dit heeft als consequentie meer achterstand, te weinig controle op het voldoen van gerealiseerde bouwwerken.

Kijken we naar de huidige status van de inzet op verbetering dan kunnen we het volgende constateren:

  • de Wkb is in de Eerste Kamer gestrand;
  • minister Plasterk heeft het dossier geparkeerd. Het is wachten op een nieuw kabinet. Pas dan volgt besluitvorming over eventuele hernieuwde inzet op verbetering door een nieuwe regering;
  • eventuele aanpassingen van de Wkb zullen de nodige tijd vergen met alle onzekerheden.

Hiermee is in ieder geval duidelijk dat er voorlopig geen verbetering van bouwkwaliteit met de/een Wkb komt.

Als er goede redenen zijn om de bouwkwaliteit – vanuit de rijksoverheid – te verbeteren, iets wat al zo’n tien jaar loopt, er inmiddels meer achterstand is opgelopen, dan is de noodzaak toegenomen.

Meer noodzaak betekent een hogere urgentie, handelen, iets doen. Dat zien we echter niet.

Het heeft iets weg van Trump … die te midden van almaar aanzwellende alles verwoestende orkanen, in weerwil van bewezen klimaatverandering, de eerdere inzet op vereiste maatregelen wegwuift, de andere kant op kijkt. Ja … ik overdrijf om het punt te maken.

In mijn ogen is er urgentie. Als de urgentie miraculeus is opgelost hoor ik graag nog even …