Het niet politieke antwoord op vraag acht

Op 27 november 2017 heeft minister Ollongren schriftelijk gereageerd op Kamervragen (2017Z14443) over “verloedering van de bouwwereld”.

Vraag nummer acht gaat over het toezicht, meer / beter publiek toezicht of het aan de sector zelf overlaten. Met beantwoording van de vraag geeft onze minister een eerste doorkijk … hoe de minister dit ziet en er wellicht op verbetering wordt ingezet.

“Vraag 8

Deelt u de mening dat toezicht op de uitvoering en de kwaliteit van bouwprocessen niet aan de markt of de sector zelf moet worden overgelaten, maar dat hier een publieke verantwoordelijkheid ligt die moet worden aangescherpt? Kunt u uw antwoord toelichten?”

Wat u niet in het antwoord van de minister zult vinden maar wat misschien wel goed is om uit te spreken

Het toezicht op naleving van de wettelijke voorschriften is een overheidstaak. Deze taak kan niet aan de sector zelf worden overgelaten. Zonder overheidstoezicht is er geen garantie dat aan de wettelijke voorschriften wordt voldaan en er wordt ingegrepen waar nodig.

Toezicht richt zich op het voorkomen van maatschappelijk ongewenste effecten, de bescherming van zwakke belangen, het voldoen aan kwaliteitseisen, beperking van risico’s, goede werking van markten, het voorkomen van free-ridergedrag, het voorkomen van bedrog en concurrentievervalsing. Toezicht verhoogt de kwaliteit van de samenleving, vergroot het gevoel van veiligheid en het vertrouwen van individuele burgers in onze samenleving.

Door middel van toezicht op bouwactiviteiten wordt het gedrag van bouwers beïnvloed zodat deze aan de gestelde eisen voldoen. Dat gebeurt op verschillende manieren: met het verstrekken van kennis (voorlichting), het aanreiken van hulp (compliance assistance) en het toepassen van dwang (boete, stillegging, publicatie, bestuursdwang, etc.). De middelen voor handhaving zijn onderdeel van het toezicht.

Op dit moment verzorgen gemeenten het nalevingstoezicht, de controle op het voldoen aan de wettelijke voorschriften. Hierbij wordt, onder andere als gevolg van de toenemende complexiteit, reeds veelvuldig van externe expertise gebruik gemaakt. In de praktijk is er beperkt toezicht door gemeenten op de realisatie van bouwwerken. Het huidige stelsel, voor een belangrijk deel afhankelijk van hoe prioriteiten per gemeente worden gesteld, heeft beperkingen.

Bij het nalevingstoezicht is het geen kwestie van kiezen tussen de overheid of het (meer) aan de sector zelf overlaten.

Het huidige stelsel behoeft verbetering. Daar wordt al meer dan tien jaar aan gewerkt. Samengevat betreft het enerzijds de inzet om bouwers te bewegen zelf beter invulling te geven aan het voldoen van bouwwerken. Anderzijds is het zaak dat de controle in de praktijk verbetert. Om dit te bewerkstelligen is, u welbekend, een nieuw stelsel ontworpen.

Hiermee wordt een evenwichtige, betere verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden geoogd met als doel de garantie dat bouwwerken aan de wettelijke voorschriften voldoen. Een nieuw stelsel richt zich onder andere op aanscherping van de publieke verantwoordelijkheid. Dat in werking, voor het deel aantoonbaar voldoen, meer beroep op de sector zelf wordt gedaan, biedt de overheid betere toezichtmogelijkheden en daarmee een verbetering van de publieke verantwoordelijkheid.

Ik onderken de urgentie om tot verbetering te komen en zal u op korte termijn betrekken in plannen om een en ander te realiseren.


Het antwoord van onze minister op de vraag:

“Ik ben van mening dat de bouwende partijen ervoor verantwoordelijk zijn dat een bouwwerk voldoet aan de wettelijke voorschriften op het terrein van de bouwkwaliteit. Deze verantwoordelijkheid moet niet worden verward met de rol van gemeente als bevoegd gezag. De gemeente houdt als bevoegd gezag toezicht op de naleving van het Bouwbesluit 2012, maar is niet verantwoordelijk voor de kwaliteit van het bouwwerk. Er kan op verschillende manieren toezicht worden gehouden. Sowieso is het een verantwoordelijkheid van bouwende partijen om hun eigen toezicht en kwaliteitscontroles te organiseren, mede met het oog op hun wettelijke aansprakelijkheid voor bouwfouten. Een aanscherping van het overheidstoezicht kan er toe leiden dat bouwers zich zelf minder verantwoordelijk voelen voor de bouwkwaliteit omdat zij zich achter de overheid kunnen ‘verschuilen’. Een verheldering van verantwoordelijkheden tussen bouwende partijen en bevoegd gezag kan bijdragen aan een verbetering van de bouwkwaliteit.”


Naar mijn mening behoeft de Wkb de nodige aanpassingen. Door met name last minute shopping van De Vries en scheutige instemming van de toenmalige minister is het wetsvoorstel een draak geworden. Het moet en kan anders. Er is urgentie. Er is geen beter moment dan nu!

De brief van onze minister kunt u hier nog eens nalezen.

Wordt vervolgd …