Utrecht vraagt eigenaren van gebouwen vloeren te laten onderzoeken

RTV Utrecht, het AD en DUIC maken melding van de oproep. Het bericht heeft drie opmerkelijke aspecten: de tijdigheid van onderzoek; de gemeente weet niet welke gebouwen in de stad breedplaatvloeren hebben; “Mogelijk wordt een dergelijk onderzoek later verplicht …” quote uit de brief van de gemeente.

Tijdigheid onderzoek

De oproep van minister Plasterk om risicogebouwen te onderzoeken is van 25 september 2017. Op 9 oktober 2017 is een informatiedocument voor de beoordeling verstrekt met het verzoek aan gemeenten er op toe te zien dat eigenaren van de betreffende gebouwen daadwerkelijk onderzoek gaan uitvoeren en, indien noodzakelijk, maatregelen worden genomen om de veiligheid te waarborgen. Dat is nu 60 dagen geleden.

Gemeente weet niet welke gebouwen het betreft

De gemeente heeft de tekeningen en berekeningen van bouwwerken, de basisinformatie om te kunnen bepalen welke gebouwen onderzocht moeten worden. Dat “de gemeente niet weet welke gebouwen het betreft” is dan ook vreemd. Of er capaciteit en kennis is de informatie te beoordelen is een tweede. In Vlissingen is capaciteit en deskundigheid voor dit doel ingehuurd. Daar is de moeite genomen om dossiers op te snorren en iemand aan het werk te zetten.

Mogelijk wordt onderzoek verplicht

Deze hint, een doorkijk naar een mogelijke vervolgstap in het onderzoek breedplaatvloeren, heeft meerdere kanten.

De gemeente is, naar nu blijkt, niet in staat te bepalen welke gebouwen onderzocht moeten worden. Dit maakt het lastig, zo niet onmogelijk, gebouweigenaren te houden aan een mogelijke onderzoeksplicht. De gemeente draait het om, u als gebouweigenaar moet zelf kijken of u hier aan gehouden bent en zo ja, dan kunnen / gaan wij hier op toezien.

Van verzoek naar verplichting zal er een grondslag moeten zijn. Wat is er veranderd om hier (mogelijk) toe over te gaan? Is informatie uit onderzoeken tot nu toe aanleiding om de marsroute te wijzigen? Zo ja, wanneer wordt dergelijke informatie publiek?

Het onderzoek naar de gedeeltelijke instorting in Eindhoven was niet gericht op het beoordelen van verschillende toepassingen van het betreffende vloersysteem in algemene zin. In Eindhoven is enkel de oorzaak van het bezwijken, gebaseerd op de specifieke toepassing voor dat specifieke werk, onderzocht.

De vragen die onbeantwoord zijn gebleven hebben betrekking op de mate waarin het opruwen (exact) bijdraagt aan de hechting en daarmee sterkte van het vloersysteem, in welke mate zelfverdichtend beton eerder bezwijkt dan traditioneel beton plus overige omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het voldoen van het vloersysteem. BubbleDeck heeft eerder aangegeven een en ander door een onafhankelijke partij te laten testen. Het gaat uiteraard niet enkel over vloeren van het type BubbleDeck.

Gebaseerd op vrijwillig onderzoek zijn er al de nodige gebouwen onder de loep genomen. De manier waarop is niet gebaseerd op vooraf gedefinieerde eisen. De een doet het zus de ander weer zo. Er is enkel een informatiedocument. Het zou toch wel zuur zijn als er gaandeweg eisen voor onderzoek komen waardoor de onderzoeken die al zijn uitgevoerd mogelijk niet voldoen en er nog een keer kosten moeten worden gemaakt.

Management as we go along

Wellicht zou het verstandig zijn landelijk één lijn te trekken in hoe onderzoek dient te worden uitgevoerd, informatie over onderzoek – dat een gebouw is onderzocht en veilig bevonden – centraal te plaatsen en hier eenduidig over te communiceren. De huidige werkwijze is toch wel het gaandeweg bedenken.

Wordt vervolgd …