Breedplaatvloeren lessen

Voortschrijdende berichtgeving over de gedeeltelijke instorting van parkeergarage Eindhoven Airport levert de nodige waardevolle informatie op … relevant voor de beoordeling van risicogebouwen en kwaliteitsborging van wat nu en in de toekomst met dit type vloersysteem wordt gerealiseerd.

Kader

Bij breedplaatvloeren met gewichtsbesparende elementen is vanaf 2002 zelfverdichtend beton toegepast. De vloerplaten werden vanaf dat moment in de meeste gevallen niet meer opgeruwd. De hechting van vloerelementen en in het werk te storten beton is van belang voor de sterkte van het vloersysteem.

We weten niet exact hoeveel het opruwen bijdraagt aan de hechting en daarmee de sterkte van het vloersysteem en in welke mate zelfverdichtend beton eerder bezwijkt dan traditioneel beton. Hier wordt nog onderzoek naar gedaan.

Het is onjuist dat het al dan niet opruwen van breedplaatvloeren in alle gevallen bepalend is voor het voldoen. Bij diverse risicogebouwen, waarbij de breedplaatvloeren niet zijn opgeruwd, is met proefbelastingen aangetoond dat de vloeren prima zijn.

Bij twijfel over de constructieve veiligheid van een risicovloer is de enig juiste ultieme test een proefbelasting. Er is geen reden te twijfelen over de veiligheid van iedere breedplaatvloer. Binnen de gebouwen met risicovloeren kan een nadere beoordeling van de constructieve berekening, informatie over de feitelijke uitvoering (dossier) en een praktijkscan in veel gevallen volstaan. Wat er moet worden onderzocht en eventueel met een proef moet worden aangetoond, is situatieafhankelijk.

Kwaliteitsborging

Bij kwaliteitsborging gaat het om het uitvoeren van maatregelen om het voldoen van te leveren kwaliteit te behalen en als resultaat vast te stellen. Dit betreft uitvoering conform de specificaties: bestek, tekeningen, berekeningen, nadere specificaties, wet- en regelgeving. Kwaliteitsborging stelt de specificaties niet ter discussie. Het behalen van de kwaliteit, het voldoen aan de specificaties, noodzaakt een inspanning voor en tijdens de bouw, op de momenten die er toe doen. Omdat kwaliteit in iedere bewerking wordt gemaakt is het moment van beoordelen van belang. Het resultaat vaststellen is de uitkomst van het proces. Is de controle op de juiste momenten vakkundig verricht en akkoord bevonden dan leidt dit tot een duidelijk oordeel: de vloer voldoet.

Het is belangrijk te onderkennen dat een kwaliteitskeurmerk, van toepassing op de levering van vloerelementen, beperkte waarde heeft. Een breedplaatvloer is immers een halffabricaat.

In een recent artikel in Cobouw zijn mogelijke uitvoeringsfouten, voor de situatie Eindhoven, in een bijlage opgenomen. Volgens de leverancier van de vloerelementen is de gedeeltelijke instorting te wijten aan de nodige fouten tijdens de uitvoering. Of en in welke mate dit ook juist is zal een rechter t.z.t. bepalen. De beschreven punten zijn in algemene zin bijzonder relevant.

Zoals met veel binnen kwaliteitsborging betreft het voor de hand liggende aspecten, wat bekend zou moeten zijn. In de praktijk is hier, in samenhang, vaak onvoldoende aandacht voor. Pak bijvoorbeeld het punt van op te nemen (ik vermijd “in te storten”) leidingen. Wordt een grote hoeveelheid leidingen op de naad waar vloerelementen op elkaar aansluiten gesitueerd, waardoor er op die plaats nagenoeg geen plek meer is voor de beton van belang voor de sterkte van het vloersysteem, dan moet duidelijk zijn dat je niet goed bezig bent. Dat geldt ook voor het insluiten van vuil, het niet goed in de gaten houden van de dikte van het vloerpakket, onzorgvuldige onderstempeling, het te vroeg laten schrikken van de vloer, onvoldoende rekening houden met de weersomstandigheden en wat dit doet met materialen, en ga zo maar door.

Hoe zou het moeten zijn?

Naar mijn mening moet kwaliteitsborging onderdeel van de werkwijze van de bouwer zijn. Hier voorziet hij in de eerste plaats zelf in. In zijn werkwijze treft hij maatregelen om het voldoen van de te leveren kwaliteit, het voldoen aan de specificaties, te behalen en als resultaat vast te stellen. Dat doet hij eventueel met een externe kwaliteitsborger. Hiervoor gebruikt hij een systeem om willekeur te voorkomen en het voldoen, van in dit geval een vloer, middels kwaliteitsborging aantoonbaar te maken.

De gemeente bewaakt of aan de voorschriften wordt voldaan en zal waar nodig handhavend optreden. Dit kan de gemeente gebaseerd op de werkwijze / het systeem van de bouwer en een beperkt aantal steekproeven. Voor controlewerkzaamheden kan de gemeente eventueel externe kwaliteitsborgers inschakelen.

In de meest ideale situatie werkt de bouwer, de externe kwaliteitsborger en de gemeente met één systeem. Hiermee is op ieder moment inzichtelijk wie wat doet en hoe. Hiermee wordt kwaliteitsborging goed georganiseerd. Het meest belangrijke punt hierbij is dat de inhoudelijke verantwoordelijkheid bij de bouwer blijft.

Dit is echter niet de huidige praktijk. Het is ook niet wat de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen beoogt. De insteek tot op heden is geen wettelijke verplichtingen voor bouwers op het gebied van kwaliteitsborging.

Het zou mooi zijn als er nu eindelijk eens stappen in kwaliteitsborging worden gezet. Dat kan helaas niet zonder het duwtje van de wetgever. Een grote stap zit er op dit moment even niet in. Dan is het toch logisch om eerst maar eens te beginnen met een klein stapje in de juiste richting.

Begin …

Let op! Overhoring kan onaangekondigd op ieder moment plaatsvinden … en zeker als er iets misgaat op uw project.