Voor breedplaatvloeren is het voldoen in de praktijk irrelevant

Zoals u weet wil BZK twijfel over dit vloersysteem wegnemen. Bureau Hageman heeft, in opdracht van het ministerie, laboratoriumonderzoek uitgevoerd om nieuwe rekenregels op te kunnen stellen voor het beoordelen van bestaande vloerconstructies. Hiermee moet worden bepaald of risicovloeren wettelijk, conform de nader bij te stellen rekenmethode, voldoen of wellicht versterkt dienen te worden.

Of een breedplaatvloer aan de wettelijke eisen voldoet wordt rekenkundig bepaald. Het zegt niets over de uitvoeringskwaliteit en dus ook niet over de werkelijke situatie.

De praktijk is voor de opstellers van rekenregels irrelevant.

Met een inmiddels substantieel aantal proefbelastingen is aangetoond dat vloeren, conform de huidige rekenregels, prima voldoen. Waarom dan toch die nieuwe regels?

De voorlopige conclusie van bureau Hageman en TNO, dat er sprake van een systeemfout is, de afschuifcapaciteit in het aansluitvlak van vloerelementen, een probleem met de hechting tussen elementen en opstort, was aanleiding voor nader onderzoek. Gebaseerd op deze conclusie is ingezet op laboratoriumonderzoek. Het OvV-rapport legt de focus op wapening in relatie tot het vloerontwerp waarbij met name de oriëntatie, de legrichting van elementen, als maatgevend wordt gezien voor een risico. Van Asselt van de OvV heeft dit, nadat het rapport is gepubliceerd, wat genuanceerd. Het hoeft helemaal geen probleem te zijn, volgens Van Asselt. Dat het draaien van elementen vaker zonder problemen gebeurt, is bij de OvV bekend.

Het vloersysteem wordt wereldwijd, met uitzondering van het incident Eindhoven, zonder problemen toegepast. Met het in de praktijk testen van vloeren is tot op heden nog geen bewijs voor de gestelde systeemfout geleverd.

Op papier voldoen of in de praktijk?

Je kunt die twee natuurlijk niet los van elkaar zien. Toch gebeurt dit. De overheid heeft het wegen van proefbelastingen in conclusies over dit vloersysteem afgewezen. Het objectief testen in de praktijk is ook niet de bedoeling. We moeten het doen met de vertaling van laboratoriumonderzoek naar rekenregels.

Adviesbureau Horvat, eerder betrokken bij het OvV-onderzoek Eindhoven, zal hierbij adviseren. Minister Ollongren laat in een brief aan de Tweede Kamer weten dat het inschakelen van Horvat zal bijdragen aan een zo breed mogelijk draagvlak. Het moet tevens kritiek op de rol van Hageman wegnemen.

Het maakt de benadering echter niet anders. Materiaalonderzoek uitgevoerd door Hageman, is afgerond. Horvat mag enkel mee-adviseren bij de rekenregels. Het gaat niet over de rol aan aanpak van Hageman. Het gaat ook niet over het tot op heden uitsluiten van objectief testen en beoordelen van het vloersysteem buiten het laboratorium.

Je voelt de bui al hangen. We krijgen straks nieuwe rekenregels en gaan vervolgens ijverig gebouwen versterken. Zorgvuldig kijken of het eigenlijk wel nodig was/is maakt dan niet meer uit.

Ik acht het absoluut noodzakelijk dat het vloersysteem op schaal, in de praktijk, op wetenschappelijke wijze wordt getest nog voor we met nieuwe rekenregels aan de slag gaan. Deze benadering sluit aan bij hetgeen Rob Nijsse tijdens het rondetafelgesprek van 12 december 2018 hierover heeft aangegeven.

Als er een probleem met dit vloersysteem is dan moeten we dat ook heel zeker weten nog voor we verdere kosten gaan maken met versterkingsmaatregelen.


Voor woensdag 20 februari 2019 staat er een algemeen overleg bouwregelgeving/ risicovloeren gepland.


 PS

Aanbeveling 3 van de OvV naar aanleiding van Eindhoven is het organiseren van professionele tegenspraak.

Ik denk dat het organiseren van die tegenspraak moet gelden voor iedereen betrokken bij het bouwen dus ook BZK. Kritische kanttekeningen met betrekking tot de aanpak schaar ik onder de vereiste tegenspraak.