Wet kwaliteitsborging: een nette vorm van chantage

Hét punt van de derde termijn in de behandeling van deze wet door de Eerste Kamer.


 “We moeten het proefondervindelijk gaan ontdekken en dan gaan bijsturen gebaseerd op bestuurlijke afspraken … langer uitstel is niet verantwoord …”

De minister is duidelijk, sleutelen aan de wet zit er, wat haar betreft, niet in. Een andere optie is er niet. Het is een nette vorm van chantage.

Door onzekerheid over een stelselwijziging te laten voortbestaan, let wel, we zijn nu 22 jaar onderweg, is het gemeentelijk bouwtoezicht nog verder op achterstand gekomen waardoor het nu toch wel een ‘verplichting’ is geworden iets te doen. Hierbij speelt ook dat het gericht sturen op de grootste risico’s in de bouw, constructieve veiligheid en brandveiligheid bij activiteiten met een substantieel of hoog risico, is afgehouden om de Wet kwaliteitsborging niet in de wielen te rijden.

Diverse senatoren blijven hameren op voldoende garanties, zekerheden dat deze wet ook gaat werken. Is de wet eenmaal aangenomen dan is de mogelijkheid om het daar nog over te hebben immers een gepasseerd station.

Het is nu een kip en het ei discussie geworden. Iedereen snapt dat het proefondervindelijk ontdekken en bijsturen al in de voorbereiding had moeten gebeuren, met regie, door op landelijke schaal proefprojecten te gaan draaien conform de uitgangspunten van de wet … maar dan echt. Dan had je kunnen leren of en hoe het werkt, waar het wringt enz. Dat is vermeden om niet het risico te lopen dat de uitdagingen die je daarbij zou tegenkomen van invloed zouden zijn op besluitvorming.

De discussie over de rol van gemeenten blijft in mijn ogen bijzonder vreemd.

“Gemeenten kunnen het niet meer aan, het is complexer, het vraagt om meer specialisme, dat hebben gemeenten niet en wordt opgelost met private kwaliteitsborging …” aldus de minister.

Door senatoren is gewezen op de mogelijkheid om die kennis ook nu gewoon in te huren. Dat kan toch? Dat ziet de minister anders.

De minister wijst op het belang van gemeentelijk toezicht voor finale controle en de mogelijkheid om in te grijpen. De realiteit is uiteraard dat de rol van gemeenten straks met name dossiercontrole voor ingebruikname betreft. Dat is een administratieve rol. Zoals aangegeven beschikken gemeenten veelal niet meer over de vereiste specialistische kennis. Hier uit volgt dat gemeenten eigenlijk niet zoveel met die dossiers kunnen nog los van het feit dat je bij oplevering van een bouwwerk nagenoeg geen mogelijkheden meer hebt om nog te sturen.

De minister komt uiterlijk 10 mei a.s. met een brief om de criteria voor invoering en monitoring nog concreter te krijgen. Op 14 mei a.s. wordt er dan gestemd.

In de afwegingen van de Eerste Kamer zie ik twee mogelijkheden:

  1. Of senatoren zijn standvastig en willen voldoende garanties dat het nieuwe stelsel inderdaad gaat werken.
  2. Of het is buigen voor de nette chantage van onze minister: het is de Wkb ‘as is’ of het blijft bij het oude, zeg het maar … langer uitstel is niet verantwoord …

Wetende dat de politiek niet te porren is voor gericht sturen op risico’s die we nu ervaren met bouwkwaliteit, ik heb het geprobeerd en blijf het proberen!, is de Wet kwaliteitsborging, ondanks dat het een draak is, het best haalbare voor nu.

Elke kleine stap is beter dan het grootste voornemen dus mijn advies aan de Eerste Kamer zou zijn zeg “Ja” onder de volgende voorwaarde: maak voor ons concreet en toetsbaar hoe voor inwerkingtreding er voldoende vertrouwen bestaat dat invoering van het stelsel leidt tot betere bouwkwaliteit tegen aanvaardbare kosten. Een “Ja” krijgt u als we dat hebben. En nu aan de gang!

Tja … politiek

Het is een gebeuren waar ik niet veel van snap. Als toeschouwer moet ik vaak knarsetandend aanhoren hoe het concreet, feitelijk en meetbaar maken behendig wordt vermeden. Veel wordt plooibaar gemaakt. Dat is niet iets wat bij het DNA van een kwaliteitsborger past. Wij zijn van meten is weten en afspraken maak je vooraf … maar goed, ieder zijn vak!

Lees hier het verslag van de Eerste Kamer.

Overige publicaties mbt de derde termijn:

Einde privatisering bouwtoezicht? van mr. dr. ing. Peter de Haan, advocaat bij Asselbergs en Klinkhamer Advocaten

De wankele bouwwet en de stabiele minister: ‘langer uitstel is niet verantwoord’ van Cobouw