BZK: validatie van rekenregels breedplaatvloeren is niet nodig

Dit oordeel is gebaseerd op advies van bureau Hageman en TNO.

Deze bureaus zijn van mening dat de uitkomsten van proefbelastingen onvoldoende aanleiding zijn om de bevindingen uit het experimenteel onderzoek bij te stellen. Ook een proef op schaal wordt als minder zinvol gezien. Hiermee is het, volgens deze bureaus, niet mogelijk om praktijktesten te gebruiken voor uitspraken over het voldoen van dit type vloersysteem in het algemeen.

In het advies wordt tevens aangegeven dat de kans groot is dat bij de inmiddels uitgevoerde proefbelastingen de aangehouden belastingen onvoldoende zijn om een betrouwbare uitspraak over de niet belaste delen van de constructie te kunnen doen. Anders gezegd, “De uitgevoerde proefbelastingen geven waarschijnlijk geen uitsluitsel over het voldoen van de constructie.”

De argumenten die op schrift zijn gezet, onder andere, een uitleg van de complexiteit, situatiespecifieke onzekerheden en werking van een vloer in samenhang, zijn nu juist alle reden om op schaal te gaan testen! De samenhang doet er toe, dat geldt ook voor situatiespecifieke aspecten. Natuurlijk is het complex, ook dat noodzaakt meten, zorgen dat je die complexiteit gaat snappen en vertalen naar een rekenmethode die hier in voorziet.

De feitelijkheid van uitgevoerd experimenteel onderzoek op reepjes vloer van 3,80 m bij 0,8 m staat niet ter discussie. Hoe die bevindingen zijn vertaald naar een rekenmethode wel. Dan hebben we het over het vertalen van de bezwijklast gemeten met proeven naar momentcapaciteit voor het rekenen in de praktijk. Dat moet je interpreteren en is best lastig. Bij proeven weet je wat het doet voor jouw proefstuk, dat stukje met een beperkte maat. Vervolgens is het zaak de slag naar het rekenen aan een vloerveld te maken. Daar is validatie voor nodig.

In het vooruitkijken is een extra reden te hameren op validatie van de rekenregels. Bij een aantal gebouwen die proefbelastingen succesvol hebben doorstaan, is bij het opnieuw doorrekenen, met de nieuwe rekenregels, sprake van een overschrijding van de rekenkundige waarden van 100% +. Dat is niet te rijmen.

Waarom BZK voor deze vraag bureau Hageman en TNO heeft geraadpleegd is mij niet bekend. Ik ben van mening dat het niet juist is partijen die het huiswerk hiervoor hebben gedaan te vragen of validatie eigenlijk wel zin heeft.

De bureaus hadden ook in één zin ongeveer het volgende kunnen aangeven: “Heel goed, controleer ons werk alstublieft, met validatie, om er zeker van te zijn dat we het bij het juiste eind hebben en iedereen daar ook op kan vertrouwen.” In plaats daarvan blijft het gevoel dat validatie moet worden vermeden. Waarom? Waarom wil je geen bevestiging dat het juist is?


In deze kwestie heb je met forse belangen te maken. Het ‘afbreukrisico’ om nu nog van de ingeslagen weg af te wijken is groot.

Voor constructeurs neemt de kwestie momenteel, naar zeggen, circa twee derde van de activiteiten in beslag. Het is inmiddels dan ook big business. Ga dan maar eens zeggen “Jongens wacht even … kijk nog een goed of we mensen misschien onnodig op kosten, en in de stress, gaan jagen.”

Ik ben van mening dat je altijd helder moet kunnen uitleggen waarom je iets wel of juist niet doet. Leg mij en ieder ander graag nog eens in begrijpelijke woorden uit waarom we in deze kwestie geen validatie nodig hebben.

Het is wetenschappelijk en maatschappelijk onverantwoord een operatie van deze omvang in gang te zetten zonder zekerheid over de nieuwe rekenmethode.


Brief BZK van 31 augustus 2019, afwijzing validatie rekenregels breedplaatvloeren