Gebeden zijn verhoord

De bouwsector informeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid over maatregelen constructieve veiligheid. Binnen een jaar moest orde op zaken zijn gesteld. Uitsluitsel over een aanpak heeft wat langer geduurd en … het zijn slechts nog goede voornemens.

Wat is er ‘nieuw’?

Een regievoerder, coördinerend constructeur en het werken aan cultuurverandering. Deze drie maatregelen moeten instortingen en ernstige ongevallen gaan voorkomen.

Regie over veiligheid moet twee componenten gaan bevatten. De initiatiefnemer van een bouwwerk wordt geacht voor het aspect veiligheid de regie op het proces te gaan voeren. Hij bewaakt of alle betrokkenen hun (wettelijke) verantwoordelijkheid nemen. Daarnaast is het idee dat iedere partij in een bouwproject een veiligheidsregisseur aanstelt om er voor te zorgen dat binnen de eigen organisatie voldoende aandacht aan veiligheid wordt besteed.

Een coördinerend constructeur wordt geacht van ontwerpt t/m bouw te waken over de veiligheid in samenhang.

Voor de beoogde cultuurverandering wordt inzet op het organiseren van lerend vermogen.

Er is aangegeven dat koplopers hier nu mee aan de slag gaan.

Jongens en meisjes, ik heb een goed idee! Laten we gaan doen wat we in 2008 al hebben bepaald.

Voor wie langer meedraait zullen de verbeterpunten bekend in de oren klinken. Al eerder is door de branche ingezet op zaken zoals een hoofdconstructeur en het bewaken van samenhang. In de (oude) Neprom gedragscode uit 2008, een ‘dwingend advies’, is het bewaken van die samenhang, een coördinerend constructeur, het organiseren van controle met onafhankelijk toezicht, al voorgeschreven.

In het Compendium Aanpak Constructieve Veiligheid, ook uit de periode 2008, zien we dezelfde insteek. Vanuit Bouwend Nederland was er indertijd een iets andere kijk op de rol van de coördinerend constructeur. Men was hier wel voorstander van maar dan vooral in de ontwerp- en voorbereidingsfasen en dus niet in de rol van opzichter met een toezichttaak.

Met betrekking tot regie over veiligheid kennen we al lang het Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan) wat van ontwerp naar uitvoering gaat met uiteraard iemand die hierover waakt. Die persoon maakt nu promotie en wordt regisseur.

Voor het lerend vermogen kennen we de toolboxmeetings onderdeel van VCA-certificering. In dergelijke meetings wordt keer op keer de aandacht op veiligheid gevestigd … hoe is het geregeld, doen we het goed en hoe kan het beter?

Het illustreert dat het allemaal niet nieuw is. Wat je op welke wijze organiseert en de nakoming is uiteraard waar het om gaat. Of en hoe hier ook invullingen aan wordt gegeven is afhankelijk van contractuele afspraken.

Het beter organiseren kost geld. Niet iedereen staat te springen om de knip te trekken. Ook in situaties waarbij het vooraf best goed is geregeld zie je vaak dat tijdens de rit de paaltjes worden verzet en afspraken plooibaar worden gemaakt: er moeten wat oogjes worden dichtgeknepen, het werk moet af!

Enkel met een verplichting waar niet aan kan worden getornd pakt het anders uit.

Bij instortingen is doorgaans sprake van een combinatie van fouten, fouten in het ontwerp én de uitvoering, zo ook bij Eindhoven, aanleiding voor het rapport van de OvV.

In Eindhoven was er mist over constructieve samenhang. Helder is echter dat hetgeen hier contractueel over is afgesproken niet is nagekomen, controles zijn niet correct uitgevoerd.

Over de ‘cultuur’ valt veel te zeggen. In Eindhoven is door uitvoerende partijen tijdig gewaarschuwd dat er een groot probleem met de vloer was. Die partijen wilden de vloer niet meer op. De waarschuwingen zijn in de wind geslagen, we gaan gewoon door, de garage moet op tijd open! Toolboxmeetings op de bouw hebben niet veel zin als management op een dergelijke wijze acteert.

Terugkerend punt is niet nakoming van afspraken.

Het rapport van de OvV draagt de titel ‘Bouwen aan constructieve veiligheid’. Het is goed dit dan ook in het vizier te houden, daar moet het over gaan. Daar iets aan doen noodzaakt ‘met scherp schieten’.

Hoe?

Voor grip op constructieve veiligheid moeten diverse stakeholders met een specifieke taak aan de slag. Ik waardeer de nu gepresenteerde ‘nieuwe’ maatregelen dan ook op de mogelijke bijdrage aan verbetering van de constructieve veiligheid.

Het mag duidelijk zijn dat ‘cultuurverandering’ een hele kluif is, iets wat jaren gaat duren en je lastig kunt meten. Dat zie ik niet als een ‘specifieke’ maatregel constructieve veiligheid. Het is een algemeen verbeterpunt vooral gericht op veilig werken.

De regisseur moet er over waken dat er voldoende aandacht aan veiligheid wordt besteed. Ook dit is geen ‘specifieke’ maatregel constructieve veiligheid. Het is breed, algemeen.

Dat de initiatiefnemer van een bouwwerk voor het aspect veiligheid de regie op het proces moet gaan voeren betekent dat hij moet sturen, managen. Dat gaat (juist) niet over een specifieke maatregel.

Resteert de rol die voor de constructeur is bedacht. Met op het werk toegesneden taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden is hij van groot belang in het bewaken van de constructieve veiligheid. Wordt zijn rol ook goed georganiseerd dan is dit zeker van grote waarde. Toch is dit niet dé oplossing.

Bij een maatregel gaat het om samenhang. Dit betreft specifieke taken voor de opdrachtgever, de engineering, de uitvoering, het toezicht en bevoegd gezag. Ontbreekt in een maatregel die samenhang dan heb je een potentieel risico.

Naar mijn mening dient constructieve veiligheid en brandveiligheid tezamen, met een specifieke maatregel, vorm te krijgen. Dit regel je met benoemde controleaspecten en stopmomenten. Per stopmoment moet aantoonbaar worden gemaakt dat aan de benoemde controleaspecten is voldaan. Deze werkwijze maakt dat partijen belast met de engineering en uitvoering er voor gaan zorgen dat het werk aantoonbaar voldoet. Kan niet worden aangetoond dat aan de benoemde aspecten is voldaan dan stopt het werk en kan een en ander pas worden hervat als (alsnog) aan de eis is voldaan. Dit is simpel en effectief. Als je dit op voorhand weet dan zorg je dat het werk gaat voldoen, je gaat er op anticiperen. Het toezicht namens de principaal heeft een relatie met bevoegd gezag. Heeft een principaal het toezicht goed georganiseerd dan kan bevoegd gezag daar ook op vertrouwen. Met steekproeven kan alsdan door bevoegd gezag worden gecontroleerd. Heeft de uitvoering de zaken op orde dan is een stopmoment geen enkel probleem. Anticipeer je niet en heb je het niet op orde dan is het terecht een groot probleem.

Het specifieke, het benoemen van de controleaspecten, de taakverdeling plus de stok achter de deur met de stopmomenten, al deze aspecten zijn essentieel voor de effectiviteit van deze maatregel.

En verder

Zonder afbreuk te willen doen aan de positieve inzet van de bouwsector heeft het naar mijn mening de voorkeur om op korte termijn één concrete actie in te zetten en succesvol te maken, een actie waarmee de constructieve veiligheid aantoonbaar wordt verbeterd. Focus in eerste instantie op één aspect en doe het snel. Pas als dat lukt bouw je door met een vervolg. Maak het zo concreet mogelijk.