Ollongren heeft ineens haast met de breedplaatvloeren

Minister Ollongren heeft nu enorme haast met de onderzoeksplicht van deze vloeren.

Afgelopen vrijdag 24 april jl., aan het eind van de middag, geeft de minister middels beantwoording van Kamervragen aan niet te wachten op door TNO nader uit te voeren onderzoek. De onderzoeksplicht is al afgekondigd en treedt daags na publicatie in werking.

De afkondiging en brief worden net voor aanvang van het Kamerreces gepubliceerd. Dat is bijzondere timing.

Kamerleden hadden de minister gevraagd het onderzoek van TNO af te wachten. Daar is alle reden voor. Met voortschrijdend inzicht is er twijfel over de uitgangspunten voor de beoordeling van breedplaatvloeren.

De minister geeft in de beantwoording aan dat het TNO-onderzoek niet over vloeren in gevolgklasse 3, de meest risicovolle gebouwen, zal gaan. Die moeten per direct volgens de huidige uitgangspunten worden onderzocht en eventueel worden versterkt.

Op 21 mei 2019 bevestigt de minister aan gemeenten dat er geen direct gevaar met dit vloersysteem is:

“Dat meer gebouwen moeten worden onderzocht, betekent overigens niet dat er aanwijzingen zijn van direct onveilige situaties.”

Op 24 april 2020 geeft de minister het volgende aan:

“Snelle uitvoering van de onderzoeksplicht is nodig gezien de grote gevolgen van een mogelijke instorting van deze gebouwen.”

Wat is er tussen 21 mei 2019 en nu veranderd? Een jaar geleden waren er nog geen direct onveilige situaties en nu is snelle uitvoering van de onderzoeksplicht ineens nodig en kan het TNO-onderzoek niet worden afgewacht. Daarnaast wordt nadere weging van de aanpak voor gebouwen in gevolgklasse 3 uitgesloten.

Zonder de twijfel over nut en noodzaak zouden we blij mogen zijn met de herwonnen voortvarendheid van de minister. De discussie over deze vloeren loopt immers al vanaf oktober 2017 en na publicatie van het definitieve stappenplan en de rekenregels eind mei 2019 was het stil.

Maar er is juist wel twijfel over nut en noodzaak en tot afgelopen vrijdag was er geen enkel signaal dat er nu ineens sprake van acuut gevaar zou zijn.

Uit het oogpunt van zorgvuldigheid en het voorkomen van onnodige kosten mogen we verwachten dat twijfel over de aanpak wordt weggenomen. Het tegenovergestelde gebeurt nu. Waarom en met welk belang? Het lijkt me dat de minister dat moet uitleggen.

Met de keuze van de minister om het TNO-onderzoek niet af te wachten worden er nu mogelijk onnodige maatregelen getroffen. Als dit op enig moment wordt vastgesteld dan verwacht ik de nodige claims om gemaakte kosten op BZK te gaan verhalen. Bij het besluit om de onderzoeksplicht nu door te zetten is immers onvoldoende rekening gehouden met voortschrijdend inzicht, het waarom is niet verklaard en de Kamer is gepasseerd. Enkel bij een acuut gevaar is er de noodzaak om met haast te handelen.

Nu de onderzoeksplicht is afgekondigd stopt de discussie niet. Het roept juist weer nieuwe vragen op over de timing, handelen, belangen enz.

Ik verwacht nadere Kamervragen plus een initiatief om compensatie van onderzoeks- en versterkingskosten af te dwingen.

Beantwoording Kamervragen d.d. 24-04-2020

Afkondiging onderzoeksplicht d.d. 24-04-2020