Vragen Eerste en Tweede Kamer inzake nadere regelgeving stelsel van kwaliteitsborging

De vragen gaan in hoofdzaak over de uitvoerbaarheid van de wet. Hoe gaat het werken, gaat het wel werken, worden de zaken waar op is afgetekend met deze wet ook allemaal keurig in lagere regelgeving verankerd?

De vragen volgen voor een groot deel uit het gebrek aan feitelijke informatie over werking van de Wkb, hetgeen we hadden moeten leren van proefprojecten. Met op dit moment zo’n 25 proefprojecten, veelal nog is de opstartfase, is die informatie er niet. Als de minister woord houdt en 6 maanden voor de beoogde invoering gaat evalueren, zullen er, gelet op de doorlooptijd van projecten, eind juni 2021 nog steeds onvoldoende proefprojecten zijn gedraaid om het over voldoende feiten te hebben in plaats van meningen. Projecten duren gemiddeld meer dan een jaar. Als we de vereiste proefprojecten nu niet al in beeld hebben zullen we midden volgend jaar nog niet veel wijzer zijn.

Voor de Tweede Kamer is het, zonder te weten of en hoe het stelsel gaat werken, best lastig te oordelen over de lagere regelgeving

Dit geldt ook voor de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Kritiek van de VNG volgt mede uit onbekendheid met de wijze waarop de regels zijn geformuleerd én onbekendheid met de werking van de Wkb.

Peter de Haan, Wkb-expert, heeft een heldere uitleg over de ‘knelpunten’. Pellen we deze af dan heeft de VNG vooral een punt met betrekking tot de bekostiging. Met het nader bediscussiëren en vragen aan de minister kun je ook dat niet oplossen. We weten simpelweg nog niet hoe het gaat uitpakken en je kunt hier pas zinvol over praten als je feitelijke informatie hebt. Die informatie komt pas als je voldoende proefprojecten hebt gedraaid.

Het blijft dan ook bij kip-en-ei-redeneringen, meningen.

Een probleem is dat afspraken die de minister met VNG heeft gemaakt onvoldoende hard zijn. We hebben het over inspanningsverplichtingen en niet tijdgebonden vereiste resultaten. Uitgaande van de ‘afspraken’ hadden we deze maand een evaluatie van de minister mogen verwachten. Beoogde invoering van de Wkb was immers 1 januari 2021 en een go or no go was gebaseerd op de evaluatie 6 maanden voor invoering. Door de beoogde invoering van de Wkb een jaar door te schuiven, als gevolg van koppeling met de omgevingswet, vergeten we maar even dat de minister klaar had moeten zijn voor die evaluatie. De realiteit is echter dat er op dit moment nagenoeg niets te evalueren is.

De Tweede Kamer dient de minister ter verantwoording te roepen. Het bestuursakkoord met VNG was en is maatgevend voor een akkoord op deze wet. Als we constateren dat het akkoord plooibaar wordt ingevuld en mogelijkheden biedt voor gesteggel moet je het daar over hebben en wel nu. De minister moet laten zien wat er aan is gedaan, hetzelfde geldt voor de VNG. Kamerleden moeten zich goed achter de oren krabben als er na de vakantie weer fraaie antwoorden op Kamervragen komen en we met nieuwe toezeggingen doorhobbelen.

Op korte termijn aftekenen op lagere regelgeving is een risico. Je hebt simpelweg onvoldoende garanties en dan nog iets terugdraaien of bijsturen wordt lastig.


Blog van Peter de Haan

Ottilie Laan over het ontwerp Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen (Bkb)

Vragen Eerste Kamer

Vragen Tweede Kamer

Kritiek VNG