Eisen herstel vloeren ministerietorens staan haaks op BZK-beleid

In de aanbestedingsleidraad van 7 september jl. is omschreven dat de partij die het herstel van vloeren gaat uitvoeren eerst een nulmeting dient te verrichten en met verificatie en validatie aantoonbaar moet maken dat de vloeren, na herstel, veilig zijn.

Juist deze twee aspecten, het feitelijk meten of het wel nodig is, de nulmeting, en, als er een probleem is, daadwerkelijk vaststellen dat herstel veilige vloeren heeft opgeleverd, zijn dé twistpunten in het breedplaatvloerendossier.

BZK en het Rijksvastgoedbedrijf zijn herhaaldelijk gemotiveerd gewezen op de noodzaak dat er metingen in de praktijk moeten plaatsvinden om vast te stellen of er eigenlijk wel een probleem met deze vloeren is én dat het daadwerkelijke effect van verschillende versterkingsmethoden dient te worden gemeten. Het is keer op keer afgewezen. Kort gezegd, “Dat is niet nodig, er is het vertrouwen dat wat op proefstukjes in het laboratorium is bepaald prima met rekenkundig vernuft kan worden doorgetrokken naar de praktijk.” Juist die afwijzing(en) heeft bij menigeen de wenkbrauwen doen fronsen. Waarom wil je de theorie niet bevestigd zien voordat je gebouweigenaren op kosten jaagt? Sterker nog, is het wetenschappelijk gezien wel acceptabel? Als je gelooft in de juistheid van je theorie wil je toch dat er geen enkele twijfel blijft bestaan? Het gaat er natuurlijk om dat vloeren in de praktijk moeten voldoen. De oproepen hebben niet mogen baten.

Naar mijn mening is die afwijzing een bevestiging dat wetenschappers heel goed doorhebben dat het daadwerkelijk meten en wegen kan uitwijzen dat rekenregels veel te conservatief zijn. Een dergelijke uitkomst zou voor de betrokkenen een probleem kunnen opleveren. Leg dat dan maar eens uit. Vanuit de gekozen lijn is er juist een belang geennulmetingen te verrichten en niet het effect van versterkingen concreet te gaan meten.

Dat deze lijn moest worden gevolgd blijkt ook uit het afwijzen van hetgeen we van proefbelastingen hebben geleerd. Ook die informatie doet er volgens de deskundigen niet echt toe. Het zijn stuk voor stuk toevalstreffers en het heeft niets met de theorie van doen. Theorie is maatgevend. Tja … Tot op heden is bij vloeren die rekenkundig een probleem zijn met proefbelastingen vastgesteld dat er helemaal niets aan de hand is, de vloeren voldoen heel goed.

De JuBi-torens hebben complexe vloeren. Daar de boor in zetten is een groot risico. Er kan heel veel misgaan. Ik kan me moeilijk voorstellen dat een bedrijf actief met ‘versterkingsmaatregelen’ daar de verantwoordelijkheid voor gaat nemen. Ik verwacht “Wil je graag ankers in je vloer, prima, maar als er iets misgaat is dat niet mijn probleem, een honorarium voor de werkzaamheden, hoe substantieel ook, staat niet in verhouding met het risico.”

Ik verwacht tevens het nodige gesteggel over definities. Moet je een nulmeting zien als ook echt iets meten, of hebben we het over een fotootje? Ga je met verificatie en validatie ook echt het feitelijke bewijs leveren dat de vloeren veilig zijn of is dat ook weer een fotootje? “Kijk hier zit een anker, en kijk daar nog een … mooi toch.”

De leidraad bevat overigens diverse eisen waar, naar mijn mening, niet aan kan worden voldaan.

Ik ben heel benieuwd hoe de aanbesteding nu verder gaat.