Advies onderzoeksraad: een constructie apk voor grote publieke gebouwen

Er is onvoldoende zicht op de constructieve veiligheid van gebouwen wanneer deze in gebruik zijn. Bij gebouweigenaren staat de zorgplicht niet op het netvlies en de overheid houdt geen actief toezicht. Dit heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid geconcludeerd naar aanleiding van de gedeeltelijke instorting van het dak van het AZ-stadion in Alkmaar in 2019.

De Onderzoeksraad adviseert een periodieke controle van de constructie van grote publieke gebouwen.

Het is niet aannemelijk dat het Rijk dit advies zomaar overneemt.

Dit is enerzijds omdat er bij gemeenten op dit moment geen capaciteit is om dit überhaupt uit te gaan voeren. Anderzijds heeft het Rijk er bewust voor gekozen om voorlopig niets aan kwaliteitsborging voor (nieuwbouw)werken met een hoog risico te gaan ondernemen. Als je het bij nieuwbouw niet nodig acht zie je het belang bij bestaande voorraad ook niet want nieuwbouw wordt bij oplevering voorraad. Met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WkB), áls die wordt ingevoerd, zal het zeker nog minimaal 3 jaar duren voordat wettelijke kwaliteitsborging voor bouwactiviteiten met een substantieel of hoog risico zal worden gewogen. Uit het moeizame verloop met deze wet is nagenoeg zeker dat het nog veel langer zal gaan duren voor we ooit met wettelijke kwaliteitsborging bij de echte risico’s in de bouw komen. Voorlopig zal er wat dat betreft helemaal niets veranderen.

Het is belangrijk te focussen op wat nu kan

Dit is onderscheid maken tussen het bouwen met een vorm van kwaliteitsborging en het waarderen van die kwaliteitsborging. Ziet dit in ieder geval op constructieve veiligheid en brandveiligheid in samenhang?

Hiermee heb je helder voor welke gebouwen er met extra zorg is gewaakt over het voldoen. Bij die gebouwen is het risico minder dan bij gebouwen waar die zorg ontbreekt of slechts zeer beperkt is.

De informatie die het oplevert is direct relevant. Ook helpt het bij het bepalen van de vereiste capaciteit met betrekking tot kwaliteitsborging.

In de wording van de Wkb is vaker over capaciteit gesproken. Ik herinner me nog heel goed hoe in 2017 uit de mond van minister Blok de woorden zijn gesproken dat hij, mede gebaseerd op jarenlang overleg met betrokkenen, van mening is dat de capaciteit voor kwaliteitsborging geen probleem zou zijn. De aantallen kwaliteitsborgers zijn keer op keer bijgesteld. Men weet het gewoon niet. Wat bij benadering het aantal ook mag worden, op dit moment zijn er onvoldoende gecertificeerde kwaliteitsborgers om vanaf invoering wet, gepland voor 1 januari 2022, met gevolgklasse 1 aan de slag te gaan. Die zijn er ook, op het evaluatiemoment midden volgend jaar, nog niet. Dat is een probleem op zich en een mini bouwcrisis in wording. Ze moeten er wel zijn anders mag je straks niet bouwen.

Wat geleerd zou moeten zijn is dat je over de juiste informatie moet beschikken om er inhoudelijk zinvol over te kunnen praten. Begin nu dan ook met het in kaart brengen van activiteiten. Dit betreft de werken en de vereiste kwaliteitsborging hiervoor. Wat mij betreft moet de focus in eerste instantie enkel op de werken waar de echte risico’s zitten. Voor het deel kwaliteitsborging gaat het primair over constructieve veiligheid en brandveiligheid in samenhang, hoe dat is geregeld.

Breng je dat in kaart dan weet je aantallen, voor welke werken hier wel aandacht voor is.

Het sluit ook aan op het voornemen van Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland uit 2017. Op dat moment is als idee gelanceerd, mede onder verwijzing naar incidenten, dat gemeenten gebouwinformatie zouden gaan bijhouden. De achterliggende gedachte was simpel, we weten gewoon te weinig van onze gebouwen wat het moeilijk maakt als er onderzoeksvragen komen. Dat is ook gebleken uit onder andere het dossier brandgevaarlijke gevels en de breedplaatvloerenkwestie. Welnu, dit was, is en blijft actueel. Het advies van de Onderzoeksraad haakt hier ook op in. 

Zonder te veel tegelijk te willen pleit ik voor het bijhouden op welke werken in gevolgklasse 3 er nu op welke wijze met kwaliteitsborging wordt gewerkt. Daar volgt een risicoprofiel uit. Waar dit dus niet afdoende is georganiseerd heb je het over gebouwen met een hoger risico die gedurende de gebruiksperiode beter in de gaten gehouden moeten worden. Als bonus ga je meer informatie vergaren op het gebied van capaciteit waar je t.z.t. wat mee kunt mocht wettelijke kwaliteitsborging voor de hogere gevolgklassen een keer actueel worden.

Is dit ingewikkeld en veel werk? Nee. Gemeenten dienen in een systeem een paar velden in te voeren en wat vinkjes te zetten. Daar begint het mee.

Dit lost het ‘probleem’ van de bestaande voorraad natuurlijk nog niet op. Voor hetgeen we toevoegen hebben we in ieder geval, om te beginnen, een beter beeld.