Breedplaatvloerenonderzoek niet wetenschappelijk

Volgens de minister en andere betrokken partijen is de landelijke aanpak in deze kwestie steeds gebaseerd op de beschikbare wetenschappelijke kennis en onderzoeksresultaten.

Recent heeft het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) beoordeeld of de werkwijze van onderzoekers – en dan met name die ten tijde van het initieel onderzoek – al dan niet wetenschappelijk is. Hier ging een stap aan vooraf.

Op 12 februari 2021 is de kwestie Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van de TU Eindhoven voorgelegd. De uitkomst: er is geen sprake van een wetenschappelijke publicatie maar dat het gaat om een onderzoeksrapport van een adviesbureau dat in opdracht van een bouwbedrijf tot stand is gekomen. Dat de onderzoeker in het onderzoeksrapport zijn hoogleraarstitel gebruikt maakt het niet tot wetenschapsbeoefening.

Het LOWI concludeert op 14 december 2021 dat het initiële onderzoek in deze kwestie casusgedreven, normatief en klantgericht is. Het bevat geen wetenschappelijke probleemstelling, geen methodologische verantwoording en verwijst niet naar eerdere wetenschappelijke onderzoeksresultaten. Het onderzoek is niet vernieuwend, maar gericht op bestaande technieken. Er heeft geen peer review plaatsgevonden en de klankbordgroep in het vervolgonderzoek bestond uit marktpartijen, aldus het LOWI.

De beoordelingen door CWI en LOWI zeggen iets over de waarde van een vermeend wetenschappelijk gehalte. De beoordelingen zeggen ook iets over de betrouwbaarheid van conclusies in dit dossier, in ieder geval bij aanvang van onderzoek naar de risicovloeren. De beoordelingen zeggen ook iets over rollen van partijen.

Een nadere inhoudelijke beoordeling door LOWI van het daadwerkelijke onderzoek heeft niet plaatsgevonden simpelweg omdat het niet wetenschappelijk is.

CWI en LOWI geven geen uitsluitsel over de vraag of we inderdaad wel met de juiste maatregelen nu ‘risicovloeren’ beoordelen en eventueel versterken.

Het waarderen van onderzoek is relevant voor de lopende gerechtelijke procedure die BubbleDeck tegen BAM heeft aangespannen. In eerste aanleg is door de onderzoeker verklaard dat zijn onderzoek voldoet aan wetenschappelijke standaarden. Dit impliceert dat het ook daaraan kan worden getoetst. Naar nu blijkt is dat niet het geval.

Maakt het wat uit?

Het mag duidelijk zijn dat het initiële onderzoek bepalend is geweest voor de aanpak in deze kwestie. Er is een verschil tussen partijgebonden en wetenschappelijk onderzoek. Hier heeft BAM een onderzoeksopdracht geformuleerd, die is door een onderzoeksbureau uitgevoerd en wat daaruit is gekomen krijgt vervolgens, door diverse partijen, waaronder BZK, de status van wetenschappelijke kennis en onderzoek.

Waar het om gaat is dat in het begin van deze affaire keuzes zijn gemaakt in wat wel en wat niet – en dan ook nog eens op welke wijze en door wie – onderzocht moest worden. Veel is als irrelevant afgedaan. De uitkomst van de partijgebonden focus is vervolgens opgepoetst tot wetenschappelijk. Daar is op doorgeborduurd. Een discussie over de juistheid en volledigheid, tegenspraak, is daarmee in de kiem gesmoord.

Met welke ‘ogen’ je naar vloeren kijkt maakt uit.

Bewezen sterkte

TNO is nog doende met een onderzoek bewezen sterkte van breedplaatvloeren. Het resultaat hiervan wordt binnenkort verwacht. Wellicht ten overvloede, in geen enkel bestaand gebouw is tot op heden een ‘risicovloer’ bezweken of met een proefbelasting, voor zover bekend, een probleem waargenomen. Parkeergarage Eindhoven airport was, volgens de regels der kunst, een bouwwerk en nog niet een bestaand gebouw.

Bekijk het advies van LOWI.

Update 01-02-2022:

Cobouw: Breedplaatvloerenonderzoek niet wetenschappelijkBreedplaatvloerenonderzoek niet wetenschappelijk