Reproduceerbaarheid: wie kan hier aan voldoen?

Een belangrijk uitgangspunt voor de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is dat de werkzaamheden reproduceerbaar en transparant moeten zijn. We hebben het hier over een twee-eenheid: je kunt geen reproduceerbaarheid aantonen zonder transparantie.

Het vertrekpunt is dat een instrument voor kwaliteitsborging beschrijft op welke wijze de werkzaamheden in het kader van kwaliteitsborging moeten worden uitgevoerd zodat het gerechtvaardigd vertrouwen ontstaat dat het bouwen van het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften.

Om dit te bereiken worden de minimale eisen voor kwaliteitsborging voorgeschreven. Er moet een inspectieplan worden opgesteld, aard en omvang van het controlewerk moet zijn omschreven, wie daarvoor verantwoordelijk is, de bouwwerkzaamheden en eventueel vereiste aanpassingen. Maatgevend voor het inspectieplan is de beoordeling van risico’s met betrekking tot uit te voeren bouwwerkzaamheden. Vanuit de risico’s moet de wijze voor integrale beoordeling van het plan zijn aangegeven maar ook de samenhang tussen de verschillende onderdelen in ontwerp en uitvoering. Daarnaast zijn er eisen die zien op de gegevens- informatieverstrekking en helderheid over wie waar voor verantwoordelijk is. Lees verder Reproduceerbaarheid: wie kan hier aan voldoen?

(On)afhankelijkheid bij kwaliteitsborging

In het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen is aangegeven wat de eisen voor onafhankelijkheid van de kwaliteitsborger zijn. Kernpunt is dat er geen financieel belang bij de uitkomst van de werkzaamheden mag zijn.

In de huidige situatie, bij controle door de gemeente, is de scheiding helder. De gemeente heeft geen belang bij wie wat verdient met de werkzaamheden. In de commerciële setting is dit anders.

Het feit dat commerciële partijen op de een of andere manier van elkaar afhankelijk zijn voor het behalen van een resultaat, een opdracht, inkomsten, maakt dat er per definitie geen onpartijdigheid en onafhankelijkheid is.

De druk om inkomsten te genereren kan invloed hebben op de vereiste controlewerkzaamheden en de beoordeling hiervan. Het gaat er dan ook om waar de grenzen worden getrokken in de mate van afhankelijkheid. Voor nu gaat de focus op gevolgklasse 1. Lees verder (On)afhankelijkheid bij kwaliteitsborging

Aansprakelijkheid Private Kwaliteitsborging (2)

Ottilie Laan van Blumstone Advocaten beschrijft in Vastgoedrecht de privaatrechtelijke aansprakelijkheid van de kwaliteitsborger, instrumentbeheerder en toelatingsorganisatie. Het is goed dat er meer bewustwording komt over werking van het beoogde nieuwe stelsel.

Ik behandel dit vraagstuk, als een soort bespiegeling op de bijdrage van Ottilie, maar dan meer vanuit de bouwpraktijk. Lees verder Aansprakelijkheid Private Kwaliteitsborging (2)

Retro engineering

Onderstaand een reactie als ‘opiniestuk’ op de publicatie ‘Evaluatie pilotproject BRL5019 – 5006’ van 19 mei 2005.  Zie het bericht over de evaluatie op de site van het Instituut voor Bouwkwaliteit.


De conclusies en aanbevelingen bevestigen dat een bestaand instrument, in de huidige vorm, per definitie niet geschikt is om te toetsen of een bouwwerk aan de voorschriften voldoet. Dit kan geen verrassing zijn want bestaande instrumenten zijn daar niet voor gemaakt. Hetzelfde geldt voor bestaande garantieregelingen, waarborgen en keurmerken. Deze zaken hebben allen een functie en plaats binnen de bouw maar die is niet het bieden van de garantie dat een bouwwerk aan de voorschriften voldoet. Lees verder Retro engineering

Private kwaliteitsborging en NEN-normen

Veel eisen van het Bouwbesluit zijn nader uitgewerkt in NEN-normen. Dat zijn de zogenaamde verwezen normen. Je kunt niet aan het Bouwbesluit voldoen zonder deze normen. Hiermee zijn normen in wetten een onlosmakelijk onderdeel van de wetten zelf.

Het Bouwbesluit is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), dit is feitelijk de uitwerking van een wet. De wet is er voor de hoofdlijnen, de details worden met de AMvB geregeld. Lees verder Private kwaliteitsborging en NEN-normen

Visie op instrumenten (1)

De voorgestelde toelatingscriteria richten zich op randvoorwaarden. Er worden geen eisen gesteld aan kwaliteitscontroles tijdens de totstandkoming van een bouwwerk. Er wordt aangenomen dat de kwaliteitscontroles, de inhoudelijke werkwijze, per instrument op procesniveau zijn beschreven en een kwaliteitsborger dienovereenkomstig te werk gaat. Het is straks aan de instrumentbeheerder hier op toe te zien. Deze benadering zegt echter niets over de kwaliteit van de inhoudelijke werkzaamheden. Ook wordt de mate van objectiviteit en volledigheid overgelaten aan de ruimte die een instrument biedt. Lees verder Visie op instrumenten (1)